e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L359p plaats=Beek (bij Bree)

Overzicht

Gevonden: 361

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aangeven, verklikken kazelen: kaazələ (Beek (bij Bree)) klikken; Welk woord gebruikt u in uw dialect voor het doorvertellen aan vader, moeder of onderwijzer van iets, waarvoor een ander kind straf kan krijgen? [DC 48 (1973)] III-3-1
aas in het kaartspel haast: hōͅst (Beek (bij Bree)) En hoe [noemt u van het kaarspel] de [verschillende] plaatjes? - I. Aas. [DC 52 (1977)] III-3-2
achteruitgaan wijken: wikə (Beek (bij Bree)) achteruitgaan, wijken, deinzen [ZND 33 (1940)] III-1-2
afkijken afkijken: nauwkeurig bekijken b.v. een huis  aafkīēkə (Beek (bij Bree)) afschrijven; Bij een buurman of buurvrouw kijken? [DC 48 (1973)] III-3-1
andijvie andijvie: andi.vi (Beek (bij Bree)) [Goossens 1b (1960)] I-7
arresteren pakken: hä’s gəpakt (Beek (bij Bree)) De politie heeft hem aangehouden. [ZND 33 (1940)] III-3-1
baker verpleegster: verpleegster (Beek (bij Bree)) Benaming voor ervaren, maar niet gediplomeerde medebewoonster van de plaats [ZND 46 (1946)] III-2-2
balkenbrij kruipuit: kr’bū.t (Beek (bij Bree)) balkenbrij [Goossens 1b (1960)] III-2-3
beddenlaken beddenlaken: bɛdəlākə (Beek (bij Bree)), laken: lākə (Beek (bij Bree)) Een laken (op een bed) [ZND 34 (1940)] III-2-1
bedelaar bedelaar: er wàren drie mənsen die de bēdelēre gezien hauwen (Beek (bij Bree)) Er waren drie mensen die de bedelaar hadden gezien [ZND 46 (1946)] III-3-1