e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q113a plaats=Heerlen

Overzicht

Gevonden: 53

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aardewerk aarden grèlen: ède grülle (Heerlen) aardewerk (eerdegoed, gleiwerk) [N 20 (zj)] III-2-1
afwasteil, afwasbak kuipje: kuupke (Heerlen) bak waarin men afwast [N 20 (zj)] III-2-1
berkenbezem ginsterbezem: dè is von gindser gemaak (brem)  gintserbessem (Heerlen), rijsbezem: riesbessem (Heerlen) bezem gemaakt van berketwijgjes (rijsbezem, berkenbezem, berkenboender) [N 20 (zj)] III-2-1
botervlootje boterstolpje: botersjtulpke (Heerlen) botervlootje [N 20 (zj)] III-2-1
braadpan braadsketel: broadskètel (Heerlen) pot, metalen ~ met twee oren; inventarisatie benamingen (bròòjpan, bakpan); betekenis/uitspraak [N 20 (zj)] III-2-1
broodmes broodmes: broadmets (Heerlen) mes waarmee brood wordt gesneden [N 20 (zj)] III-2-1
drinkbeker beker: bèker (Heerlen) drinkbeker, aarden of stenen ~; inventarisatie benamingen; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)] III-2-1
drinkglas met voet schopje: schôpke (Heerlen) drinkglas met een voet (kapper, kopper(tje)) [N 20 (zj)] III-2-1
hecht van een mes steel: sjtil (Heerlen), steel (Heerlen) handvat van een mes (hecht, heft) [N 20 (zj)] III-2-1
heibezem heibezem: hijbessem (Heerlen) bezem gemaakt van heitakjes (heiwasser, heibezem) [N 20 (zj)] III-2-1