e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L330p plaats=Herten (bij Roermond)

Overzicht

Gevonden: 3820

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
(blijven) plakken (blijven) plekken: plekke (Herten (bij Roermond)) lang in een café blijven zitten of lang bij iemand op bezoek blijven [plakken] [N 87 (1981)] III-3-1
(de kapsule) in de klok stoppen duwen: duuje (Herten (bij Roermond)) de ijzeren kapsule (met ring) in de klok stoppen? [N 93 (1983)] III-3-2
(eieren) leggen (eieren) leggen: ei-jer likhe (Herten (bij Roermond)) Hoe heet verder: eieren leggen? [N 93 (1983)] III-3-2
(geen) waarde (geen) waarde: wêrde (Herten (bij Roermond)) waarde (dat heeft geen ~) [SGV (1914)] III-3-1
(het) lossen lossen: losse (Herten (bij Roermond)) het lossen zelf? [N 93 (1983)] III-3-2
(iets) bevinden bevinden: ich höb alles in orde bevônje (Herten (bij Roermond)) vaststellen als resultaat van een waarneming of onderzoek [bevinden, keuren] [N 85 (1981)] III-1-4
(met) het hoofd stoten botsen: boetse (Herten (bij Roermond)), stoten: sjtooete (Herten (bij Roermond)) stoten: het hoofd stoten (kinderwoord) [boetse, zijn eige boetse] [N 10 (1961)] || stoten: met het hoofd stoten [boetse, erges teege boetse] [N 10 (1961)] III-1-2
(overige) kaartspelen smousen: sjmouse (Herten (bij Roermond)) Namen [en beschrijving] van diverse kaartspelen zoals: [bonken, eenentwintigen, hoogjassen, kajoeteren, klaverjassen, kwetten, kruisjassen, liegen, pandoeren, petoeten, schuppemiejen, smousjassen, tikken, toepen, wijveren, zwartebetten, zwartepieten, zwik [N 88 (1982)] III-3-2
(zich) bukken (zich) bukken: boeke (Herten (bij Roermond)), hukken: hóeke (Herten (bij Roermond)) bukken, hurken || bukken, zich bukken [bukke, bokke] [N 10 (1961)] III-1-2
-> [wld iii 2.2] - wld iii, 2.2 !: (rouw)vaol (Herten (bij Roermond)), doupdook (Herten (bij Roermond)), duipdaekske (Herten (bij Roermond)), duipkledje (Herten (bij Roermond)), duipmötske (Herten (bij Roermond)), navelbendje (Herten (bij Roermond)), pisdook (Herten (bij Roermond)), winjel (Herten (bij Roermond)), zeiverlepke (Herten (bij Roermond)) dekentje waaronder de dopeling naar de kerk wordt gedragen [N 25 (1964)] || doopjurkje [deumhemke] [N 25 (1964)] || doopmutsje [N 25 (1964)] || luier [winjel, luur, kindsdoek, psidoek, huik] [N 25 (1964)] || navelbandje [nagelbendje] [N 25 (1964)] || rouwsluiter(s) aan een hoed [N 25 (1964)] || slabje, morsdoekje voor kinderen [slabbertje, slabberlepke, zeiverlepke, slepke, bavet(sje) [N 25 (1964)] III-1-3