e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=K353c plaats=Hulst/Konijnsberg

Overzicht

Gevonden: 27

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
anjelier genoffel: zjenoffels (Hulst/Konijnsberg) I-7
broek: algemeen broek: bruk (Hulst/Konijnsberg) Broek. Hoe is de juiste uitspraak van het woord broek (kledingstuk) ? [ZND 47 (1950)] III-1-3
bunzing fis: fis (Hulst/Konijnsberg) bunzing [ZND 48 (1954)] III-4-2
dam dam: dam (Hulst/Konijnsberg) Hoe noemt men in uw dialect een dijkje dat men in een beek maakt om het water op de houden? [ZND 48 (1954)] III-3-1
dweil opneemvod: oepneemvod (Hulst/Konijnsberg) Hoe heet de doek uit grof linnen waarmee vocht van de vloer wordt opgenomen ? [ZND 48 (1954)] III-2-1
hermelijn fluwijn: fluwijn (Hulst/Konijnsberg) hermelijn, grote wezel [ZND 48 (1954)] III-4-2
klepbroek barboteuse (<fr.): Fr. barboteuse: speelpak, kinderpak. Fr. barboter, ook plassen.  barbetens (Hulst/Konijnsberg) Klepbroek. Kent uw dialect een bijzondere naam voor de broek met afvallende klep, zoals nog door kleine jongens wordt gedragen ? [ZND 47 (1950)] III-1-3
kolenschop schoep: sxūp (Hulst/Konijnsberg), troffel: trufəl (Hulst/Konijnsberg) kolenschop, brede schep waarmee men kolen langs het keldergat naar binnen doet [ZND 42 (1943)] III-2-1
kous: algemeen kous: ui als in huis  kuis (Hulst/Konijnsberg) Kous. Wat is de juiste uitspraak van kous (beenbekleding) ? [ZND 47 (1950)] III-1-3
kruisbes kroenzel: kronsele (Hulst/Konijnsberg) I-7