e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=P050p plaats=Herk-de-Stad

Overzicht

Gevonden: 3119

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
armoede armoede: ēͅrmui (Herk-de-Stad) armoede [ZND 32 (1939)] III-3-1
armvol armvol: ø̜lǝvǝr (Herk-de-Stad), øͅləvər (Herk-de-Stad), ɛlvǝr (Herk-de-Stad) armvol (elver, speet, ervel) [ZND A1 (1940sq)] || De hoeveelheid stro of aren die men in de armen kan vasthouden. Zie ook het lemma ''handvol hooi'' (5.1.4) in aflevering I.3. [N 7, 58; L 1, a-m; L 1u, 8; L A1, 88; Wi 51; monogr.] I-4, III-4-4
arresteren aanhouden: də pəlis hē həm ōͅngəhāi (Herk-de-Stad) De politie heeft hem aangehouden. [ZND 33 (1940)] III-3-1
as as: as (Herk-de-Stad) as [ZND 32 (1939)] III-2-3
asblok asbalk: as˱balǝk (Herk-de-Stad), asblok: as˱blǫk (Herk-de-Stad) Houten blok met aan de onderzijde een gleuf waarin de metalen as bevestigd wordt, ter versteviging van de as. Zie verder ook WLD I.1 voor het asblok van de ploeg. [N 17, 40 + 44j + 50b + 51; N G, 48a; JG 1a; JG 1b; JG 1c; JG 2b; monogr.] I-13
asperge asperge: aspɛrgǝ (Herk-de-Stad) Asparagus officinalis L. Een tot 2 meter hoge plant met naaldvormige takjes en rode bessen, die op zandgronden groeit en om de jonge, ondergrondse spruiten als groente wordt geteeld in aspergebedden. [N Q, 7; monogr.] I-5
aswoensdag asgoensdag: asgonstōch (Herk-de-Stad), asgunsdag (Herk-de-Stad) Aswoensdag. [ZND 19A (1936)] III-3-3
autoped trottinette (fr.): /  trantinette (Herk-de-Stad) / [SND (2006)] III-3-2
avegaar buiker: bø̜̄kǝr (Herk-de-Stad), lepelegger: løpǝręgǝr (Herk-de-Stad), schroefegger: sxruf˱ęgǝr (Herk-de-Stad) Grote handboor met schroef- of lepelvormig uitlopend boorijzer dat met een dwarsstang wordt rondgedraaid en dient om zeer diepe en/of wijde gaten te boren. Zie ook afb. 79 en 80. De avegaar wordt door verschillende houtbewerkers gebruikt. De wagenmaker boort er onder meer de naven van karwielen mee uit, terwijl de klompenmaker de avegaar gebruikt om er aan de binnenkant van klompen hout mee weg te halen. Dit lemma bevat alleen algemene benamingen voor de avegaar (onder A), de schroefavegaar (onder B) en de lepelavegaar (onder C). Specifieke uitvoeringen van de avegaar zoals die bijvoorbeeld door de kuiper, de klompenmaker en de wagenmaker worden gebruikt, worden behandeld in de paragrafen over de terminologie van deze beroepen. Vgl. voor het woordtype never, dat werd opgegeven door respondenten uit Swalmen, Geulle en Valkenburg (L 331, Q 18, Q 101) ook het Limburgs Idioticon, pag. 176, s.v. never, ø̄Kruisboor. Geh. Kempenlandø̄ en voor het woordtype borendrouw uit Eupen (Q 284) RhWb (I), kol. 1437, s.v. Drau, ø̄das Gestell am Handbohrer, das den eingesetzten Bohrer dreht, Bohrwinde Drehbügelø̄. Met de lepelavegaar werken werd in Hasselt (Q 2) uitbuikeren (ø̜̄ǝt˱bø̜̄.kǝrǝ) genoemd. [N G, 32a; N 53, 167a-c; L 32, 35; A 32, 8; monogr.] II-12
avondmaal namaal: nōmōͅl (Herk-de-Stad) namen en uren van de dagelijkse maaltijden: 19 uur [ZND 18G (1935)] III-2-3