e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=P220p plaats=Mechelen-Bovelingen

Overzicht

Gevonden: 870

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
broeden, op eieren zitten broeden: bryi̯ǝ (Mechelen-Bovelingen) [N 19, 45; N 19, 44d; Vld.; S 5; L 1a-m; L 22, 22; JG 1a, 1b; monogr.] I-12
broedziek broedkarig: brū.tkǭrǝx (Mechelen-Bovelingen) Gezegd van een kip die voortdurend neigingen vertoont om te broeden. [JG 1a, 1b, 2c; S 5; monogr.] I-12
bromtol ronkdop: ronkdob (Mechelen-Bovelingen) Hoe noemt (noemde) men de tol, die bij het ronddraaien een brommend geluid maakt, als deze van blik en bontgekleurd is? [Lk 03 (1953)] III-3-2
bronstig breustig: brø̄stex (Mechelen-Bovelingen), brø̄ǝ.ste ̝x (Mechelen-Bovelingen) Geslachtsdrift vertonend, gezegd van het vrouwelijk varken. [N 19, 12; N C, 4d; A 43, 20a; JG 1a, 1b, 1c, 2c; S 52, add.; N 76, add.; monogr.] I-12
bronstig, van merries sturig: stȳi̯rǝx (Mechelen-Bovelingen) Geslachtsdrift vertonend, gezegd van merries. Een hengstige merrie reageert op de aanwezigheid van de hengst met het optillen van de staart. Ze neemt herhaaldelijk een urirende houding aan, waarbij kleine hoeveelheden urine worden geloosd, terwijl de clitorisch ritmisch naar buiten wordt geperst. Bij de afwezigheid van de hengst zijn deze symptomen minder duidelijk of soms geheel afwezig. [JG 1a, 1b, 1c, 2c; N 8, 42a en 44; N 8A, 2; monogr.] I-9
brullen brullen: brølǝ (Mechelen-Bovelingen) Abnormaal geluid dat vooral wild geworden runderen uitstoten. [N 3A, 6; JG 1a, 1b; monogr.] I-11
brulse koe brul: brøl (Mechelen-Bovelingen) Koe die niet meer drachtig is en veel brult. [JG 1a, 1b] I-11
buik pens: pɛ̄.ns (Mechelen-Bovelingen) Zie afbeelding 2.33. [JG 1a, 1b; N 8, 14 en 41] I-9
buitenspel off-side (eng.): ofzaait (Mechelen-Bovelingen) Buitenspel. [DC 49 (1974)] III-3-2
buitenspeler extrme (fr.): extrèm links (Mechelen-Bovelingen), extrèm régs (Mechelen-Bovelingen) Links- rechtsvoor. [DC 49 (1974)] III-3-2