e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q004p plaats=Gelieren/Bret

Overzicht

Gevonden: 612

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
braadpan braadpan: om vlees te bakken  brōi̯pan (Gelieren/Bret) pot, metalen ~ met twee oren; inventarisatie benamingen (bròòjpan, bakpan); betekenis/uitspraak [N 20 (zj)] III-2-1
braadworst saucijs: sesies (Gelieren/Bret) worst van rauw vlees [ZND 21 (1936)] III-2-3
braaf braaf: ich wil ins zien ofste braaf zuls zijn (Gelieren/Bret) Ik wil eens zien of (dat) ge braaf zult zijn ! [ZND 46 (1946)] III-1-4
bramenvlaai bramelenvlaai: Syst. Frings  brōmələvlōͅi̯ (Gelieren/Bret) Bramenvla [N 16 (1962)] III-2-3
brandhout meterhout: meͅtərhōt (Gelieren/Bret, ... ), spalken: spalken (Gelieren/Bret, ... ), stoofknabben: stōfknabə (Gelieren/Bret, ... ), vinkelhout: veŋkəlhōt (Gelieren/Bret, ... ), vinkelhoot (Gelieren/Bret) [ZND 22 (1936)]brandhout [ZND 01 (1922)] || brandhout; klein hout voor de kachel [ZND 22 (1936)] I-7, III-2-1
breien strikken: strikken (Gelieren/Bret) Kousen breien. [ZND 22 (1936)] III-1-3
breinaald strikijzer: strikijzers (Gelieren/Bret) Hoe heten de stalen pennen waarmee gebreid wordt? [ZND 22 (1936)] III-1-3
breuk breuk: brēēk (Gelieren/Bret) hij heeft een breuk (in de buik; Fr. hernie) [ZND 22 (1936)] III-1-2
broek: algemeen broek: brok (Gelieren/Bret) broek (kledingstuk voor mannen) [ZND 16 (1934)] III-1-3
brood brood: broet (Gelieren/Bret) (brood) hij doopt zijn brood in zijn koffie [ZND 23 (1937)] III-2-3