e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q101a plaats=Sibbe/IJzeren

Overzicht

Gevonden: 248

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
inktpot inktpot: inkpot (Sibbe/IJzeren) inktpot [DC 14 (1946)] III-3-1
jarig zijn jarig zijn: hè: is jeurig (Sibbe/IJzeren) Hij is morgen jarig. [DC 02 (1932)] III-3-2
jongste kind kruppel: cf. Dl. III, afl. 1 p. 24 s.v. "kruppel(tje)"in lemma "jongste vogeltje uit het nest  krəpəl (Sibbe/IJzeren), piemel: pieməl (Sibbe/IJzeren) Wordt deze naam ook gebruikt voor het jongste kind (dat soms ook het zwakste is) van een groot gezin? [DC 25 (1954)] III-2-2
kaak kaak: ka:k (Sibbe/IJzeren), kaak (Sibbe/IJzeren) kaak [DC 02 (1932)] || Welk woord gebruikt men in Uw dialect ter aanduiding van het benige gedeelte van het hoofd, waarin de tanden en kiezen zitten? Hoe spreekt men het uit? [DC 27 (1955)] III-1-1
kaakbeen(rand) raak: raak (Sibbe/IJzeren, ... ) Was er vroeger een ander woord bekend? Zo ja, welk? [DC 27 (1955)] III-1-1
kastplank bred: br‧eͅt (Sibbe/IJzeren) plank in een kast [DC 16 (1948)] III-2-1
katapult katapult: katəbu:l (Sibbe/IJzeren) Hoe noemt men het speeltuig, bestaande uit een gevorkt takje, aan de uiteinden waarvan een elastiekje is vastgemaakt en waarmee jongens steentjeswegschieten? [DC 23 (1953)] III-3-2
kauw dooltje: dölke (Sibbe/IJzeren) Hoe heet de kauw? [DC 06 (1938)] III-4-1
keel, strot keel: kè:l (Sibbe/IJzeren), strot: ṣtraot (Sibbe/IJzeren) keel (uitwendig) (strot) [DC 01 (1931)] III-1-1
kiel kiel: Dit werd vroeger hier gedragen, dus 30 à 40 jaar geleden, tegenwoordig niet meer  ke:l (Sibbe/IJzeren) Korte werkjas, kiel. Hoe noemt men het kledingstuk, in de regel van blauw, soms van grijs katoen, een enkele maal ook wel van een andere kleur, dat hoofdzakelijk door boeren en landarbeiders, in het werk wordt gedragen? Het kledingstuk valt ruim om het li [DC 14A (1946)] III-1-3