e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=P219p plaats=Jeuk

Overzicht

Gevonden: 4998

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aflakken lakken: lakǝ (Jeuk) De laatste laklaag aanbrengen. [N 67, 73] II-9
afleggen van een dode afleggen: aflegge (Jeuk), afleggen (Jeuk), bereiden: znd 32, 20;  bereiden (Jeuk), lijken: znd 32, 20;  lijken (Jeuk), op de walm zetten: znd 32, 20;  op de walm zette (Jeuk) een dode in de doodskist leggen [lichteren, kisten] [N 115 (2003)] || een doode lijken (vooraleer hij gekist wordt) [ZND 32 (1939)] || een lijk reinigen en met het doodsgewaad bekleden, meestal tevens van het bed afnemen [afleggen, lijken, ontwaden] [N 87 (1981)] III-2-2
afloeren, bespieden afletten: aflette (Jeuk), afloeren: afloeren (Jeuk), afspionnen: afspioennen (Jeuk), spionnen: spinjoele (Jeuk), spioenen (Jeuk) Afloeren (afkijken, uitloeren). [N 109 (2001)] || iets bespieden [ZND 32 (1939)] III-1-1
afpassen met de voet, aftreden aftreden: aftreeje (Jeuk) de lengte bepalen door stappen [aftreden] [N 91 (1982)] III-4-4
afpuimen puimen: pø̜jmǝ (Jeuk) Een verflaag afschuren met behulp van een stuk puimsteen. Afpuimen vindt bijna uitsluitend toepassing bij een verflaag op nieuw hout en op een eerste menie-verflaag. Het dient om onzuiverheden in de verflaag, houtvezels etc. te verwijderen. Zie ook het lemma 'Puimsteen'. [N 67, 70c] II-9
afraffelen aframmelen: een gebed aframmelen (Jeuk) (te) snel bidden, een gebed afraffelen. [N 96B (1989)] III-3-3
afrikaantje stinkertje: stienkerke (Jeuk) Afrikaantje (tagetes patula). De bladeren zijn samengesteld en tevens ovaal. De bloemkorfjes staan op zeer verdikte stelen. Het zijn lage plantjes, welke vaak gebruikt worden voor randen en mozaïek-perken. De bloemen zijn donkergeel, meest met bruin gekle [N 92 (1982)] III-2-1
afrit afrit: afrit (Jeuk) een hellende weg waarlangs men een brug, een dijk enz. kan verlaten (afrit, afging, afrij) [N 90 (1982)] III-3-1
afromen aflaten: afloǝtǝ (Jeuk), doordraaien: dou̯rdrē̜ǝ (Jeuk) De room van de melk scheppen. Men kon de room van de melk scheiden door met een houten latje de room tegen te houden, terwijl de ontroomde melk door de tuit van de in schuine stand gehouden roomschotel wegvloeide. Een andere methode was de melk overgieten of aflaten in een andere kruik of emmer, terwijl men de aan de oppervlakte gevormde room tegenhield door blazen. Een modernere manier van scheiden van room en melk gebeurde met de melkmachine of centrifuge. [A 23, 3; Lu 1, 3; JG 1a, 1b, 1d; Vld.; monogr.] I-11
afscheuren, afritsen scheuren: skeure (Jeuk) afscheuren [rippen, afritsen] [N 91 (1982)] III-4-4