e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q004p plaats=Gelieren/Bret

Overzicht

Gevonden: 612

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
broodje pistolet: Syst. Frings  pistōlɛ (Gelieren/Bret) Welke dialectbenamingen kent U voor kleine wittebroodjes? (pistolee, kadetjes, kerneeke, frans broodje, spaans broodje, krombroodje, koekestel, bestel, krol, knubbeltje [N 16 (1962)] III-2-3
broodmes broodmes: brutmɛs (Gelieren/Bret) mes waarmee brood wordt gesneden [N 20 (zj)] III-2-1
broodpap broodspap: Syst. Frings  brutspap (Gelieren/Bret) Pap met stukjes roggebrood (pap met vuurstenen?) [N 16 (1962)] III-2-3
broodpop sinterklaaskoek: Syst. Frings  sentərklōskōk (Gelieren/Bret) Wittebrood in de vorm van een man (steeve, steeveman, weggeman, nieuwjaarsman, ziepesprengert, boekeman?) [N 16 (1962)] III-2-3
brug brug: brĕg (Gelieren/Bret) een houten brug [ZND 22 (1936)] III-3-1
bruid bruid: 1a-m; 22, 29a;  broud (Gelieren/Bret) bruid [ZND 01 (1922)] III-2-2
bruidje in de processie bruidje: brēēdjes (Gelieren/Bret) Hoe heten de kleine meisjes die in de processie gaan? [ZND 22 (1936)] III-3-3
bruiloft bruiloft: 1a-m; 22, 29b;  broulowft (Gelieren/Bret) bruiloft [ZND 01 (1922)] III-2-2
bui, regenbui schoer: sjōēr (Gelieren/Bret) bui, regen [ZND 01 (1922)] III-4-4
buitenechtelijk kind basterd: 1a-m; 21, 02;  basterd (Gelieren/Bret), voorloper: 1a-m; 21, 02;  vierleeper (Gelieren/Bret) bastaard [ZND 01 (1922)] III-2-2