e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q112z plaats=Ten-Esschen/Weustenrade

Overzicht

Gevonden: 1253

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bezoeken bezoeken: bezeuke (Ten-Esschen/Weustenrade) een zieke bezoeken [randen] [N 87 (1981)] III-3-1
bezwijming flauwte: flaawte (Ten-Esschen/Weustenrade) Bezwijming: flauwte, onmacht (kwalijkte, kwalijkvaart, zwijm, zwijmel). [N 84 (1981)] III-1-2
bibberen razelen: razele (Ten-Esschen/Weustenrade) beven [rijde, ridde, riere, rijgele, rijere] [N 10a (1961)] III-1-2
bij opbod verkopen opbieden: opbeje (Ten-Esschen/Weustenrade) bij opbod verkopen (aan de meest biedende) op een veiling [roepen] [N 89 (1982)] III-3-1
bijleggen bijleggen: bielekke (Ten-Esschen/Weustenrade) Extra geld in de pot doen [lappen, bijleggen]. [N 88 (1982)] III-3-2
bijweg zijweg: zieweëg (Ten-Esschen/Weustenrade) een weg die niet de hoofdverbinding vormt (bijweg, remel) [N 90 (1982)] III-3-1
bikkel(s) dikkel: dikkele (Ten-Esschen/Weustenrade) De beentjes. [N R (1968)] III-3-2
bikkelen dikkelen: dikkele (Ten-Esschen/Weustenrade) Het betreft een spel, dat vroeger vaak en met zeer veel plezier door de meisjes werd gespeeld. Het is een behendigheidsspel dat gespeeld wordt met vier beentjes uit de hiel van een schaap, geit of rund - of daarop gelijkende voorwerpen van koper, lood of [N R (1968)] III-3-2
billijk schappelijk: sjappelik (Ten-Esschen/Weustenrade) redelijk, gezegd van de prijs voor een artikel [schappelijk, billijk, civiel] [N 89 (1982)] III-3-1
binnensmonds praten mijmelen: miëmele (Ten-Esschen/Weustenrade) binnensmonds praten [prevelen, pruttelen, murmelen, rullen] [N 87 (1981)] III-3-1