e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q103p plaats=Berg-en-Terblijt

Overzicht

Gevonden: 1539
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
boenwas boenwas: boenwas (Berg-en-Terblijt), politoerwas: pōōlətoerwas (Berg-en-Terblijt) de was waarmee meubels en vloerzeil glimmend gemaakt worden [DC 15 (1947)] III-2-1
boer boer: boer (Berg-en-Terblijt), dēze boer (Berg-en-Terblijt), dê boer (Berg-en-Terblijt) boer [SGV (1914)] || deze [~ boer] [SGV (1914)] || die [~ boer] [SGV (1914)] III-3-1
boer in het kaartspel boer: boer (Berg-en-Terblijt), klieê boer (Berg-en-Terblijt) En hoe [noemt u van het kaarspel] de [verschillende] plaatjes? - IV. Boer. [DC 52 (1977)] || klaveren boer [SGV (1914)] III-3-2
boerenwormkruid boerenwormkruid: geen aparte naam, soms ook: dóuderkroet  boerenwormkruid (Berg-en-Terblijt, ... ), donderkruid: ook: boerenwormkruid (geen aparte naam)  dóuderkroet (Berg-en-Terblijt, ... ) boerenwormkruid (Tenacetum vulgare L.) [DC 60a (1985)] III-4-3
boerenzwaluw, zwaluw huiszwalber: hoeszjwalber (Berg-en-Terblijt), zwalber: sjwalber (Berg-en-Terblijt), zjwalbĕr (Berg-en-Terblijt), žwalbərə (Berg-en-Terblijt) boerenzwaluw [DC 18 (1950)] || zwaluw [DC 35 (1963)], [SGV (1914)] || zwaluw (mv.) [RND] III-4-1
boerin boerin: dēze boerin (Berg-en-Terblijt), die boerin (Berg-en-Terblijt) boerin [deze ~ ] [SGV (1914)] || boerin [die ~] [SGV (1914)] III-3-1
boertje boertje: buurke loate (Berg-en-Terblijt) boertje doen; als een baby gedronken heeft moet het een boertje doen [DC 47 (1972)] III-2-2
boezeroen kieltje: keelke (Berg-en-Terblijt) boezeroen [SGV (1914)] III-1-3
bont en blauw slaan bont en blauw houwen: bond ɛn blāuw Xəhāuwə (Berg-en-Terblijt) bont en blauw geslagen [RND] III-1-2
bonte kraai krauw: krauw (Berg-en-Terblijt) Hoe heet de bonte kraai? [DC 06 (1938)] III-4-1