e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=P213p plaats=Niel-bij-St.-Truiden

Overzicht

Gevonden: 1032
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
broekspijp pijp: B.v. van zijn broek.  peͅəp (Niel-bij-St.-Truiden) pijp III-1-3
broeksriem ceintuur: B.v. Doet maar een ceintuur aan, anders valt oer broek af.  səntyər (Niel-bij-St.-Truiden), riem: Bv. Leren riem voor zijn broek op te houden.  riəm (Niel-bij-St.-Truiden) gordel || riem III-1-3
broekzak achter achtertas: axtərteͅs (Niel-bij-St.-Truiden) achterzak III-1-3
bromtol muziekdop: məzikdob (Niel-bij-St.-Truiden, ... ) Hoe noemt (noemde) men de tol, die bij het ronddraaien een brommend geluid maakt, als deze van blik en bontgekleurd is? [Lk 03 (1953)] || Hoe noemt (noemde) men de tol, die bij het ronddraaien een brommend geluid maakt, als deze van hout en door een timmerman was gemaakt? [Lk 03 (1953)] III-3-2
broodje pistolet: Syst. Frings  pistoͅleͅ (Niel-bij-St.-Truiden) Welke dialectbenamingen kent U voor kleine wittebroodjes? (pistolee, kadetjes, kerneeke, frans broodje, spaans broodje, krombroodje, koekestel, bestel, krol, knubbeltje [N 16 (1962)] III-2-3
broodmes broodmes: brūtmɛs (Niel-bij-St.-Truiden) mes waarmee brood wordt gesneden [N 20 (zj)] III-2-1
broodpap broodpap: Syst. Frings  brūtpap (Niel-bij-St.-Truiden) Pap met stukjes roggebrood (pap met vuurstenen?) [N 16 (1962)] III-2-3
bruid bruid: braaət (Niel-bij-St.-Truiden) bruid III-2-2
bui, regenbui dras: draš (Niel-bij-St.-Truiden), gads: gatš (Niel-bij-St.-Truiden) bui, regenbui III-4-4
buizerd blotser: bloͅtsər (Niel-bij-St.-Truiden) buizerd III-4-1