e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q004p plaats=Gelieren/Bret

Overzicht

Gevonden: 612
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
dennennaalden doornen: dīēne (Gelieren/Bret) dennenaald [ZND 01 (1922)] III-4-3
deugniet deugniet: ook materiaal znd 23,4  deégniet (Gelieren/Bret) deugniet [ZND 01 (1922)] III-1-4
dief schelm: schell[e}m (Gelieren/Bret) dief [ZND 23 (1937)] III-3-1
dier, beest beest: hier ook opgenomen mat. van ZND 21, 011  biest (Gelieren/Bret), ook in ZND 23, 009  biest (Gelieren/Bret) beest [ZND 01 (1922)] || dier [ZND 01 (1922)] III-4-2
dij bil: bil (Gelieren/Bret) Hoe heet het been boven de knie ? [ZND 23 (1937)] III-1-1
dikke snee brood paardssnee: Syst. Frings  pēͅrssnē (Gelieren/Bret) Een dikke snee (haacht, hawiejk, wiejk, pil, stuut, hiejs?) [N 16 (1962)] III-2-3
dobbelsteen dobbelsteen: dobbelsteen (Gelieren/Bret), teerling: teirling (Gelieren/Bret) Een dobbelsteen of teerling. [ZND 23 (1937)] III-3-2
doek doek: dŏk (Gelieren/Bret) doek [ZND 23 (1937)] III-1-3
doek -> [wld iii 2.2] witte doek: wit dŏk (Gelieren/Bret) een witte doek [ZND 23 (1937)] III-1-3
dompelen in het water steken: ĕnt water stijken (Gelieren/Bret), ps. letterlijk overgenomen.  ĕnt twater steken (Gelieren/Bret, ... ) (in het water) dompelen [ZND 01 (1922)], [ZND 23 (1937)] || ge moet het doekje in t water dompelen [ZND 23 (1937)] III-1-2, III-4-4