e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L192p plaats=Bergen

Overzicht

Gevonden: 1063
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
capuchon capuchon (fr.): capuchon (Bergen), tuit: toêt (Bergen) capuchon van een regenmantel [tröt] [N 23 (1964)] III-1-3
castreren snijden: snii̯ǝ (Bergen) Een mannelijk paard onvruchtbaar maken door de teelballen weg te snijden; men spreekt dan van een ruin. Vgl. het lemma ''ruin'' (2.1.3). [JG 1a, 1b; N 8, 60] I-9
cervelaatworst droogworst: drûûgwōrst (Bergen) droogworst [N 06 (1960)] III-2-3
colbertjasje jasje: jeske (Bergen) colbertjasje, (korte) jas van een kostuum [N 23 (1964)] III-1-3
compost compost: kǫmpǫst (Bergen), korte knoei: kǫrtǝ knui̯ (Bergen) Van de termen die onder de titel compost in dit lemma verenigd zijn, hebben er sommige duidelijk betrekking op de fijngemaakte compostachtige meststof, zoals die uit afval van de weide, de boomgaard, het erf bereid werd en over de weide werd gestrooid, terwijl andere meer wijzen op het moderne product van een vuilverwerkings- of composteringsbedrijf. Het eerste deel van het lemma bevat voornamelijk benamingen voor weidemest. [N 11, 22 + 27 add.; N 11A, 4d + 38 + 39; N M, 10c; monogr.] I-1
damesblouse bloes: bloes (Bergen) damesblouse, te dragen bij een rok [bloes, stelsel, jak, beskien, kazevek] [N 23 (1964)] III-1-3
dar dar: dar (Bergen) Het mannelijk dier in het bijenvolk. De dar is geboren uit een onbevruchte eicel. In de bijenwoning doet hij niets anders dan eten. Zijn enige functie is het helpen warm houden van het broed door zijn aanwezigheid. Onmisbaar zijn de darren voor de bevruchting van de jonge koningin. Na de paring sterft de dar. De darren worden in mei of vlak daarna geboren. Als het bijenjaar ten einde spoedt, in augustus of september, worden de darren verdreven door de werksters en sterven zij. De dar heeft geen angel. Voor het woorddeel (-bij) leest men de woordtypen bij/bie en bien. In welke plaatsen deze woordtypen respectievelijk voorkomen, ziet men in het lemma Bij. Voor de fonetische documentatie ervan wordt ook verwezen naar het lemma Bij. [N 63, 12c; S 3; L 1a-m; JG 1a + 1b; JG 2b-5, 2; R 3, 42; A 9, 2; Ge 37, 2; monogr.] II-6
das, sjaal sjerp: sjerp (Bergen) das, sjaal, om de hals gedragen [das, polderdas, sjerp, kazzenij] [N 23 (1964)] III-1-3
dasspeld dasspeld: dasspeld (Bergen) dasspeld [dasspang] [N 23 (1964)] III-1-3
dauw dauw: dóuw (Bergen) dauw die s morgens over de velden hangt [doom, domp, mok] [N 22 (1963)] III-4-4