e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q036p plaats=Nuth/Aalbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
waterdichte laars waterstevel: watersjtievel (Nuth/Aalbeek) laars, lange waterdichte ~ waarvan de schacht tot aan de lies reikt [watersjtievel, lieslaars] [N 24 (1964)] III-1-3
waterige kost sladderans: sjlàddəráns (Nuth/Aalbeek), slobber: sjlôêper (Nuth/Aalbeek) slobber; Hoe noemt U: Waterachtig voedsel (zwans, zwadder, zwadderatie, slidder, slierp, slobber, slobbering) [N 80 (1980)] III-2-3
waterketel, moor waterpot: waterpot (Nuth/Aalbeek) waterketel van koper of ijzeren met hengsel en tuit (moor, meur) [N 20 (zj)] III-2-1
waterput put: pøt (Nuth/Aalbeek, ... ) [DC 21 (1952)] [DC 21 (1952)] [RND 08] [Roukens 03 (1937)] I-7
wecken inmaken: imáákə (Nuth/Aalbeek), inmake (Nuth/Aalbeek) wecken; Hoe noemt U: Steriliseren van levensmiddelen in luchtdicht afgesloten flessen (wecken, inmaken) [N 80 (1980)] III-2-3
weddenschap weddenschap: wɛdənsjəp (Nuth/Aalbeek) weddenschap [RND] III-3-2
weduwe weduwe: wedywə (Nuth/Aalbeek), widvrouw: wet˃vroͅu̯ (Nuth/Aalbeek, ... ) weduwe [DC 05 (1937)] III-2-2
weduwnaar widman: wetman (Nuth/Aalbeek, ... ) weduwnaar [DC 05 (1937)] III-2-2
weerborstel weerborstel: wēērbüschtel (Nuth/Aalbeek) valse kruin, zomaar ergens in het hoofdhaar [wersboorsel, wirborstel] [N 10 (1961)] III-1-1
weerlichten weerlichten: wearlichte (Nuth/Aalbeek) bliksemen in de verte zonder dat het dondert [weerlichte] [N 06 (1960)] III-4-4