e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q036p plaats=Nuth/Aalbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
wijwaterbakje wijwatersbakje: wiewatersbekske (Nuth/Aalbeek) Een wijwatersbakje, thuis op de slaapkamer [wïjewatersbekske, wiejwassesjpötje, fintwaterbekske?]. [N 96B (1989)] III-3-3
wijwateremmer wijwatersvat: wiewatersvaat (Nuth/Aalbeek) Het wijwatervat, de wijwateremmer. [N 96B (1989)] III-3-3
wijwaterkwast wijwaterskwast: wiewaterskwast (Nuth/Aalbeek) De wijwaterkwast. [N 96B (1989)] III-3-3
wijwatervat wijwaterbak: wiewaterbak (Nuth/Aalbeek) De met wijwater gevulde bak bij de ingang(en) van de kerk [wijwater(s)bak, -vat, -steen?]. [N 96A (1989)] III-3-3
wijzerplaat van het torenuurwerk wijzerplaat: wiezerplaat (Nuth/Aalbeek) De wijzerplaat van de torenklok. [N 96A (1989)] III-3-3
wijzers van het torenuurwerk wijzers: wiezers (Nuth/Aalbeek) De wijzers van de torenklok. [N 96A (1989)] III-3-3
wilg (alg.) bindwijde: -  bindjwieë (Nuth/Aalbeek), wijde: -  wie (Nuth/Aalbeek), wieh (Nuth/Aalbeek), wieë (Nuth/Aalbeek) wilg (Salix) [DC 28 (1956)] || wilgensoorten [DC 28 (1956)] III-4-3
wilgensoorten belboom: belboom (Nuth/Aalbeek), canadas: -  canadas (Nuth/Aalbeek), carliner: blauw, wit of zwart  carliner (Nuth/Aalbeek), daans: italiaanse populier  daensch (Nuth/Aalbeek), rode wijde: -  rooɛwieë (Nuth/Aalbeek), treurwijde: treurwilg  troer wieë (Nuth/Aalbeek), vuilboom: voelboom (Nuth/Aalbeek), zaalwijde: waaraan het eerst katjes komen  zaalwieë (Nuth/Aalbeek) wilg (Salix) [DC 28 (1956)] || wilgensoorten [DC 28 (1956)] III-4-3
wimper plimp: plump (Nuth/Aalbeek), wimper: wimper (Nuth/Aalbeek) wimper [DC 01 (1931)] III-1-1
winterkleren winterkleren: winterkleijer (Nuth/Aalbeek), wintjerkleijer (Nuth/Aalbeek) winterkleren [N 23 (1964)] || Winterkleren. [DC 62 (1987)] III-1-3