e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q036p plaats=Nuth/Aalbeek

Overzicht

Gevonden: 1955
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
winterkoninkje winterkoninkje: winterkeuninkske (Nuth/Aalbeek, ... ), wintjerköningske (Nuth/Aalbeek) Hoe heet de winterkoning? [DC 06 (1938)] III-4-1
wip wip: wip (Nuth/Aalbeek) / [SND (2006)] III-3-2
wisselende misgezangen wisselende gezangen: wisselende gezange (Nuth/Aalbeek) De wisselende misgezangen [Introïtus, Graduale, Tractus, Alleluia, Sequentia, Offertorium, Communio]. [N 96B (1989)] III-3-3
witte aalbes witte mieberen: mv: -e (...)  witte miebere (Nuth/Aalbeek), witte miemeren: mv: -e (...)  witte miemere (Nuth/Aalbeek), witte wieberen: mv: -e (...)  witte wiebere (Nuth/Aalbeek), witte wiemer: witte wiemer (Nuth/Aalbeek), witte wiemeren: mv: -e  witte wiemere (Nuth/Aalbeek), mv: -e (...)  witte wiemere (Nuth/Aalbeek) [DC 13 (1945)] I-7
witte donderdag witte donderdag: wiite donderdig (Nuth/Aalbeek) De donderdag in de week vóór Pasen, Witte Donderdag [jreune dónnesjtiech]. [N 96C (1989)] III-3-3
witte dovenetel witte doofnetel: -  witte doofneetele (Nuth/Aalbeek), witte doofnetel (Nuth/Aalbeek) witte dovenetel (Lamium album L.) [DC 13 (1945)] III-4-3
witte kaas, wrongel fluitekaas: fluitəkieəs (Nuth/Aalbeek), fluitkaas: fluitkies (Nuth/Aalbeek), fluitkieës (Nuth/Aalbeek) hangop; Hoe noemt U: Een koud melkgerecht van karnemelk die men in een zak of in een doek opgehangen, heeft laten uitdruipen en vervolgens met melk en suiker aangemengd, opdient (hangop, hangebast) [N 80 (1980)] || Smeerbare witte kaas of wrongel (fluitert, fluiterskaas?) [N 16 (1962)] III-2-3
witte kool kappes: kappes (Nuth/Aalbeek), wit moes: wit moos (Nuth/Aalbeek), witte kappes: witte kappes (Nuth/Aalbeek, ... ), witte moes: witte moos (Nuth/Aalbeek) witte kool als gerecht [N Q (1966)] || witte kool, als plant of gewas [N Q (1966)] || witte kool, de kool waarvan zuurkool gemaakt wordt [DC 27 (1955)] I-7, III-2-3
witte kwikstaart kwikstaartje: kwiksteartje (Nuth/Aalbeek) kwikstaart [N P (1966)] III-4-1
witte muts met sierkrans en afhangende linten pofmuts: poefmutsch (Nuth/Aalbeek) muts, wollen spits toelopende ~ met pluim of kwast [N 25 (1964)] III-1-3