e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q036p plaats=Nuth/Aalbeek

Overzicht

Gevonden: 1955
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
witte waterlelie waterlelie: -  waterlelie (Nuth/Aalbeek), waterroos: -  waterroos (Nuth/Aalbeek) witte waterlelie [DC 17 (1949)] III-4-3
woensdagx goensdag: goonsdig (Nuth/Aalbeek) dag; woensdag [N 07 (1961)] III-4-4
wonderdoener wonderdoener: wonderdooner (Nuth/Aalbeek) Een wonderdoener. [N 96D (1989)] III-3-3
wonderen doen wonderen doen: wondere doeën (Nuth/Aalbeek) Wonderen doen/verrichten. [N 96D (1989)] III-3-3
wormstekig aangestoken: agestaeke (Nuth/Aalbeek), de worm in: de worm in (Nuth/Aalbeek), wormsteketig: wormstaeketig (Nuth/Aalbeek), wormstekig: wormsjtekig (Nuth/Aalbeek) wormstekig ve appel [DC 23 (1953)] || wormstekig ve appel (subst.) [DC 23 (1953)] III-2-3
worteltje moortjes: muurkes (Nuth/Aalbeek), worteltjes: wurtelkes (Nuth/Aalbeek) De kleine soort penen die men in de moestuin kweekt [N Q (1966)] I-7
wrang wrang: wrang (Nuth/Aalbeek), wreed: vree (Nuth/Aalbeek), zuur: zour (Nuth/Aalbeek) wrang [DC 26 (1954)] III-2-3
wreef wreef: wreef (Nuth/Aalbeek), wregel: vreigel (Nuth/Aalbeek), vréégel (Nuth/Aalbeek) voet: voorste deel van de voet [vurvoet] [N 10 (1961)] || wreef - welk gedeelte van het lichaam wordt er mee bedoeld? [DC 01 (1931)] III-1-1
zacht winterweer open (weer): ópen weer (Nuth/Aalbeek) zacht winterweer [open, wak] [N 22 (1963)] III-4-4
zachtharige bezem veger: vééger (Nuth/Aalbeek) bezem, zachtharig, waarmee men binnenshuis stof bijeenveegt (veger) [N 20 (zj)] III-2-1