e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L192p plaats=Bergen

Overzicht

Gevonden: 1063
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
dorsvloer deel: dē̜ ̞l (Bergen), schuurdeel: sxyrdęl (Bergen) De harde lemen vloer in de schuur waarop met de vlegel gedorst wordt, bij uitbreiding ook de ruimte in de schuur waarin de dorsvloer ligt. Bij het binnenhalen van de oogst wordt de kar of de wagen tot op de dorsvloer gereden en vandaaraf wordt de oogst in de tasruimten geborgen (zie aflevering I.4, par. 5.1). Wat betreft de ligging van de dorsvloer onderscheidt men de dorsvloer in de dwarsrichting van de schuur (tussen de tasruimten in of naast de enige tasruimte) en die in de lengterichting (meestal naast de tasruimte(n), soms ook er tussen). In het noorden van Nederlands-Limburg wordt de brede voergang in het midden van een dubbele stal ook wel als dorsvloer gebruikt. Zie ook aflevering I.4, par. 6.1. In samenstellingen met schuur als eerste lid treedt vaak een verkorting van dit eerste element op. Zie afbeelding 14. [N 5A, 67a; N 5, 127; N 14, 8 en 9a; JG 1a, 1b, 2a en 2c; A 7, 33; L 1a-m; L B2, 293; L 16, 14 en 15a; L 33, 23; R 3, 57; Gwn 4, 8; S 6 en 50; monogr.] I-6
drachtige merrie veulenmeer: vø̄lǝmē̜r (Bergen) De merrie "behoudt", als men na een drietal weken zekerheid heeft dat ze drachtig is; bij een miskraam "verwerpt" ze. [JG 1a, 1b; N 8, 50a] I-9
drijftol tol: tol (Bergen) Hoe noemt men het kinderspeelgoed dat paddestoel- of kegelvormig is en dat met een zweep wordt voortgedreven? [tol] [DC 24 (1953)] III-3-2
drinken drinken: drinke (Bergen) drinken [DC 03 (1934)] III-2-3
drinkglas glas: glās (Bergen), pintje: vroeger  pentje (Bergen) drinkglas [RND] III-2-1
droog blijven t blijft over]: ’t blieft hinwêre (Bergen) droog blijven hoewel er regen dreigt, gezegd van het weer [t weert heen [N 22 (1963)] III-4-4
droog weer droog: drûuch (Bergen) droog [RND] III-4-4
druilerig en koud weer smerig (weer): smerrig wêêr (Bergen), zouwweer: zōw wêêr (Bergen) druilerig weer [moezerig, monketig] [N 22 (1963)] III-4-4
druppel drup: dröp (Bergen), druppel: ènne dröppel (Bergen) druppel water [dröp, dröppel] [N 07 (1961)] III-4-4
duimeling duimeling: duummeling (Bergen) hoesje of deel van handschoen dat ter beschermin van een gekwetste vinger wordt geschoven en aan de pols wordt vastgemaakt [sluif, sleuf, duimeling] [N 23 (1964)] III-1-3