e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=P213p plaats=Niel-bij-St.-Truiden

Overzicht

Gevonden: 1032
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
dooien t slaakt]: doei  duj (Niel-bij-St.-Truiden) dooien [t weer gaat af [N 22 (1963)] III-4-4
doorn, stekel doornt (mv.): dø͂ͅənt (Niel-bij-St.-Truiden) doorn III-4-3
draden of randen van peulvruchten reven: reͅəf* (Niel-bij-St.-Truiden) draad aan erwten en bonen I-7
driekleurig viooltje fleuter: fløͅtər (Niel-bij-St.-Truiden), riekend fleutertje: viola odorata  riekend fleuterke (Niel-bij-St.-Truiden), spaanse fleuter: viola tricolor  spaanse fleuter (Niel-bij-St.-Truiden) viooltje || viooltje, soort III-4-3
driftig colrique (fr.): kólərek (Niel-bij-St.-Truiden) driftig III-1-4
drijftol ijsdop: ijsdob (Niel-bij-St.-Truiden) Hoe noemt men het kinderspeelgoed dat paddestoel- of kegelvormig is en dat met een zweep wordt voortgedreven? [Lk 03 (1953)] III-3-2
drinkglas glas: ‹ , een halve o is geen frings teken maar RND  gəlōͅs (Niel-bij-St.-Truiden) drinkglas zonder voet [N 20 (zj)] III-2-1
drinkglas met voet glas bet een voet: ‹ , een halve o is geen frings teken maar RND  gəlōͅs bēͅ nə vūt (Niel-bij-St.-Truiden) drinkglas met een voet (kapper, kopper(tje)) [N 20 (zj)] III-2-1
droog blijven t blijft over]: het weer blijft droog  ət wēͅr blyf dryx (Niel-bij-St.-Truiden) droog blijven hoewel er regen dreigt, gezegd van het weer [t weert heen [N 22 (1963)] III-4-4
druilerig en koud weer strontweer: strontweer  stroͅntwēͅr (Niel-bij-St.-Truiden) druilerig weer [moezerig, monketig] [N 22 (1963)] III-4-4