e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q036p plaats=Nuth/Aalbeek

Overzicht

Gevonden: 1955
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
boomleeuwerik grasleeuwerik: graasleeuwerik (Nuth/Aalbeek) Hoe heet de boomleeuwerik? [DC 06 (1938)] III-4-1
boordenknoopje boordenknoopje: boordeknöpke (Nuth/Aalbeek) boordeknoopje [N 23 (1964)] III-1-3
bord telder: tīējerre (Nuth/Aalbeek), tèjer (Nuth/Aalbeek) bord [Roukens 03 (1937)] III-2-1
borrel drupje: drupkə (Nuth/Aalbeek), dröpkə (Nuth/Aalbeek) borrel; Hoe noemt U: Een glaasje sterke drank, borrel (grigo, officiertje, tjipke, sprets, druppel, drup, kleintje, kloekmalder, propje, peut, wippertje, taaie, tikje, slokje, snapsje, spatje) [N 80 (1980)] III-2-3
borrelglaasje een kleint: é kleint (Nuth/Aalbeek) jeneverglaasje met een voetje (borrel) [N 20 (zj)] III-2-1
borstel borstel: beustel (Nuth/Aalbeek, ... ), ketelenbezem: kètelebessem (Nuth/Aalbeek) borstel [DC 15 (1947)] || kwastachtige borstel [DC 15 (1947)] || schrobber (van takjes) [DC 15 (1947)] III-2-1
borstelig haar borstel: büschtell (Nuth/Aalbeek) borstelig haar (stekkerhaar, pinhoor] [N 10 (1961)] III-1-1
borsten memmen: memmə (Nuth/Aalbeek), tieten: tiettə (Nuth/Aalbeek) borsten van de vrouw [mamme, memme, tette, tiete] [N 10c (1995)] III-1-1
borstrok borstrok: borstrok (Nuth/Aalbeek, ... ) borstrok, onderkledingstuk dat over het hemd wordt gedragen [hemdrok, humperok, sjtoep, liefke, slaoplijf] [N 25 (1964)] || Borstrok. Is in uw dialect een algemeen woord bekend voor borstrok? Bedoeld wordt het warme kledingstuk dat over het hemd wordt gedragen? [DC 62 (1987)] III-1-3
borstrok (voor mannen) borstrok: borstrok (Nuth/Aalbeek), gemaakt van katoen  borstrok (Nuth/Aalbeek) borstrok voor mannen [N 25 (1964)] || Mannenborstrok. [DC 62 (1987)] III-1-3