e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q036p plaats=Nuth/Aalbeek

Overzicht

Gevonden: 1955
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zilveruitje sint-jansuntje: Sint Jansunkes (Nuth/Aalbeek), sintjansunkes (Nuth/Aalbeek), zilver-un: zilverun (Nuth/Aalbeek) [DC 13 (1945)] I-7
zitvlak van een broek vot: vôt (Nuth/Aalbeek, ... ) zitvlak, kruis, bodem van de broek [boksebaom, zolder, zuur schrej, kont, wan] [N 23 (1964)] III-1-3
zomerkapmanteltje pelerine (<fr.): pelleriem (Nuth/Aalbeek) kapmanteltje voor de zomer met een ovaalvormig voor- en achterpand [pelderien] [N 25 (1964)] III-1-3
zomerkleren zomerkleren: soemerkleijer (Nuth/Aalbeek, ... ) zomerkleren [N 23 (1964)] || Zomerkleren. [DC 62 (1987)] III-1-3
zon- en feestdagen zon- en feestdagen: zon en fiestdaag (Nuth/Aalbeek) Zon- en feestdagen (ledige dagen) . [N 96C (1989)] III-3-3
zondag zondag: zondig (Nuth/Aalbeek) De zondag, dag des Heren. [N 96D (1989)] III-3-3
zondag houden zondag houden: zondig houte (Nuth/Aalbeek) De zondag houden/vieren/eerbiedigen/heiligen. [N 96D (1989)] III-3-3
zondagmissaal zondagsmissaal: zondigsmissaal (Nuth/Aalbeek) Een kerkboek met misgebeden voor de zondagen en feesten van het kerkelijk jaar [zondagsmissaal(tje)?]. [N 96B (1989)] III-3-3
zondagse kleren `s zondagskleren: sondigskleijer (Nuth/Aalbeek), goede kleren: goow kleijer (Nuth/Aalbeek) De kleren die men s zondags draagt. [DC 62 (1987)] || zondagse kleren [t sondagsdinge] [N 23 (1964)] III-1-3
zondagse schort witte scholk: witte scholk (Nuth/Aalbeek) schort, blauw-wit linnen zondagse schort [N 24 (1964)] III-1-3