e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=P219p plaats=Jeuk

Overzicht

Gevonden: 4998

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
(met) stevige benen goede poten: goei poewte (Jeuk) Stevige benen (stompels, gestapeleerd) [N 109 (2001)] III-1-1
(persoon met) bleek, flets gezicht bleekscheet: ene blieekskeet (Jeuk) bleek (hij ziet er bleek uit) [N 37 (1971)] III-1-2
(zich) bukken (zich) bukken: boeke (Jeuk) Bukken, zich bukken ((zich) buigen) [N 109 (2001)] III-1-2
21-jan sint-agnes: st agnes (Jeuk) 21 januari. [N 88 (1982)] III-3-2
<naam> <naam>: d’Ordan (Jeuk), naumfiest (Jeuk), noamdag (Jeuk), dirk: Dirk (Jeuk), duits (zn.): den Duits (Jeuk), feestdag: in potlood  fiestdag (Jeuk), feesten: iemand feesten (Jeuk, ... ), frank: Frank (Jeuk), hollander: den Hollander (Jeuk), mark: Mark (Jeuk), merckx: Merckx (Jeuk), patroon: de patroen viere (Jeuk), petroeən vieren (Jeuk), patroon vieren: de patroen viere (Jeuk), petroeən vieren (Jeuk), vale, een ~: vele (Jeuk), van looy: Van Looy (Jeuk), vieren: iemand viere (Jeuk), {ja}: ja (Jeuk), {nee}: nee (Jeuk) Een naamfeest, naamdag [vernamsdaag, nametsdaag]. [N 96C (1989)] || Elke duif heeft bij de duivesporter in de regel een naam. Indien U hiervoor benamingen kent, die: afgeleid zijn van het ringnummer, geef hiervan dan een/enkele voorbeeld(en)? [N 93 (1983)], [N 93 (1983)], [N 93 (1983)], [N 93 (1983)], [N 93 (1983)] || Elke duif heeft bij de duivesporter in de regel een naam. Kent U hiervoor benamingen die: afgeleid zijn van het ringnummer: ja of nee? [N 93 (1983)], [N 93 (1983)] || feest vieren op de dag gewijd aan de heilige wiens naam men draagt [besteken] [N 112 (2006)] || Feest vieren op de dag gewijd aan de heilige wiens naam men draagt [besteken]. [N 88 (1982)] || Hoe heet: het naamfeest van iemand vieren? [ZND 32 (1939)], [ZND 32 (1939)] III-3-2
[falie] voile (fr.): ZND35,010b: Bij sterfgevallen en rouw draagt men een fijne doorschijnende voile. Sommige oude vrouwen dragen nog een zwarte doek.  voile (Jeuk) falie (zwarte doek die de vrouwen vroeger droegen, nu nog hier en daar in gebruik bij begrafenissen) [ZND 35 (1941)] III-1-3
aaks aaks: aks (Jeuk) Zware bijl met lange steel die wordt gebruikt om bomen te vellen. [N 50, 10b; N 75, 114d; L 32, 46; monogr.] II-12
aalmoes aalmoes: aalmoes (Jeuk), almoes (Jeuk), ⁄n allemoes (Jeuk) aalmoes [ZND 32 (1939)] || de gift aan een arm persoon [aalmoes, arremoes, karitaat] [N 89 (1982)] III-3-1
aalmoezenier aalmoezenier: almoezenier (Jeuk) Een priester die belast is met de zielzorg van een bepaalde klasse of groep van mensen [aalmoezeneer]. [N 96D (1989)] III-3-3
aambeeld aanvilt: ǭwnvelt (Jeuk) Een gietijzeren of stalen blok waarop de smid het smeedwerk uitvoert. Aan één of twee zijden van het aambeeld kan een hoorn zijn bevestigd, een puntig uitsteeksel waarop ijzer kan worden gebogen. De vlakke bovenzijde van het aambeeld, de baan, wordt gebruikt voor het smeedwerk. In de baan zijn soms één of meer gaten aangebracht waarin gereedschap zoals de schroodbeitel en de tas kunnen worden geplaatst. Vgl. ook afb. 15. De invuller uit Q 121 kende drie soorten aambeelden: 1. het aambeeld met twee ronde hoorns; 2. het aambeeld met één ronde en één vierkante hoorn; 3. het aambeeld met één hoorn en een stuikblok. Ook andere respondenten vermeldden deze drie aambeelden. Vgl. ook afb. 14. In L 382 kende men ook nog een aambeeld dat speciaal gebruikt werd bij het aanbrengen van de kap op vijlbladen. Het bovenvlak van dit aambeeld was van zacht roodkoper vervaardigd. Zie ook het lemma "vijlkap". [N 33, 40; N 33, 49; N 33, 50; S 1; R 14, 8b; L 1a-m; L 1u, 2; L 17, 9; L B1, 201; N 64, 32a-b; N 66, 13a-b; monogr.] II-11