e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q018a plaats=Moorveld (Waalsen)

Overzicht

Gevonden: 190

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
benauwd en vochtig weer benauwd (weer): benawd waer (Moorveld (Waalsen)), benawt waer (Moorveld (Waalsen)), daar broeit get in de lucht: doa breujt get in de loch (Moorveld (Waalsen)), drukkend (weer): drökkend waer (Moorveld (Waalsen), ... ), zwoel (weer): zjwoel waer (Moorveld (Waalsen)) drukkend warm, gezegd van het weer [zwoel, mof, zoel, flauw, smoel] [N 81 (1980)] || loommakend, gezegd van het weer [lui] [N 81 (1980)] || lucht die onweer en regen voorspelt [broeilucht, smerige lucht, donderlucht, schoer] [N 81 (1980)] || warm, gezegd van het weer [smoel] [N 81 (1980)] III-4-4
bergtop spits: de sjpits (Moorveld (Waalsen)) top van een berg [spits, piek] [N 81 (1980)] III-4-4
beschimmeld beschimmeld: bəsjummelt (Moorveld (Waalsen)) beschimmeld; Hoe noemt U: Met schimmel bedekt, gezegd van een brood [N 80 (1980)] III-2-3
beschimmelen schimmelen: sjummələ (Moorveld (Waalsen)) Hoe noemt U: Werken van het brood, zodat het schimmelt (spinnen) [N 80 (1980)] III-2-3
bestendig weer vast (weer): vas waer (Moorveld (Waalsen)) lucht die vast, bestendig weer betekent [hooilucht, vaste lucht] [N 81 (1980)] III-4-4
betrekken (lucht) ... maar nog niet vast: me nog neet vas (Moorveld (Waalsen)), klaar weer: kloar waer (Moorveld (Waalsen)) eerst helder zijn, maar daarna dreigen te gaan regenen, gezegd van het weer [zich berouwen] [N 81 (1980)] III-4-4
bliksem, bliksemflits bliksem: bliksem (Moorveld (Waalsen)) bliksem, elektrische vonk die bij onweer van de ene wolk naar de andere of naar de aarde overspringt [bledderum, vuurlicht, weerlicht] [N 81 (1980)] III-4-4
bokking bokkem: bökkəm (Moorveld (Waalsen)) haring; Hoe noemt U: Een gerookte haring (massisse, bukkem, boesterin, boksharing) [N 80 (1980)] III-2-3
bomijs hol ijs: hoal ies (Moorveld (Waalsen)), spiegelijs: sjpegel ies (Moorveld (Waalsen)) ijs waar het water onderuit is gelopen [holijs, bomijs, papieren zolder] [N 81 (1980)] III-4-4
borrel drupje: dröpkə (Moorveld (Waalsen)) borrel; Hoe noemt U: Een glaasje sterke drank, borrel (grigo, officiertje, tjipke, sprets, druppel, drup, kleintje, kloekmalder, propje, peut, wippertje, taaie, tikje, slokje, snapsje, spatje) [N 80 (1980)] III-2-3