e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q036p plaats=Nuth/Aalbeek

Overzicht

Gevonden: 1955
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
borstrok (voor vrouwen) borstrok: borstrok (Nuth/Aalbeek) borstrok voor vrouwen [N 25 (1964)] III-1-3
borstspeld clips (<eng.): [sic] Van Dale: clip (Eng.), 2. sierspeld.  klips (Nuth/Aalbeek) speld waarmee de slippen van de grote omslagdoek voor de borst bijeen worden gehouden [N 25 (1964)] III-1-3
boterham boterham: botteram (Nuth/Aalbeek), smouer: sjmouer (Nuth/Aalbeek) Een boterham (stuk, botteram?) [N 16 (1962)] III-2-3
boterham (kinderwoord) bammetje: bamke (Nuth/Aalbeek) Kinderwoord voor boterham (bam, boo?) [N 16 (1962)] III-2-3
boterham met kaas kaassmouer: kiëssjmouer (Nuth/Aalbeek) Boterham met kaas (keesbam, keistaat, sjmouer?) [N 16 (1962)] III-2-3
boterkussentje boterbabbelaar: bottərbabbəléér (Nuth/Aalbeek), bōēətərbabbəléér (Nuth/Aalbeek) boterkussentje; Hoe noemt U: Een met boter bereid snoepje (boterkussentje, kokkien, suikerspek) [N 80 (1980)] III-2-3
boterpot boterbaar: bŏtterbaar (Nuth/Aalbeek) pot, stenen ~; inventarisatie benamingen voor grote ~~ voor bijv. zuurkool e.d., kleinere ~~ voor boter, eieren e.d. (pijppot, timperpot); betekenis/uitspraak [N 20 (zj)] III-2-1
botervlootje boterpot: bŏtterpot (Nuth/Aalbeek), botervloot: botervloot (Nuth/Aalbeek), botervlootje: botervleutje (Nuth/Aalbeek, ... ) botervlootje [DC 23 (1953)], [N 20 (zj)] III-2-1
bovendeel van de rug pokkel: poekel (Nuth/Aalbeek), schoot: bie de pap op der schoeut zitte (Nuth/Aalbeek) rug: bovendeel van de rug [mars, hot] [N 10 (1961)] || rug: op de rug zitten [N 10 (1961)] III-1-1
bovenlip bovenlip: boavelup (Nuth/Aalbeek), bovenlup (Nuth/Aalbeek) bovenlip [DC 01 (1931)] III-1-1