e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q101a plaats=Sibbe/IJzeren

Overzicht

Gevonden: 248
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
teen teen: ti:ən (Sibbe/IJzeren) teen (toon) [DC 01 (1931)] III-1-1
tong tong: toŋ (Sibbe/IJzeren) tong [DC 01 (1931)] III-1-1
tuinfluiter tuinmus: toenmøsj (Sibbe/IJzeren) Hoe heet de tuinfluiter? [DC 06 (1938)] III-4-1
ui, ajuin un: yn (Sibbe/IJzeren) [DC 13 (1945)] I-7
vangen vangen: vaŋə (Sibbe/IJzeren) vangen [DC 02 (1932)] III-1-2
veldleeuwerik, leeuwerik leeuwerik: lièwerik (Sibbe/IJzeren) Hoe heet de veldleeuwerik? [DC 06 (1938)] III-4-1
vergiet zij: zi:j (Sibbe/IJzeren) Vergiet. Hoe noemt men de van gaten voorziene schotel (gemaakt van aardewerk, email of blik), die wordt gebruikt om b.v. gewassen groente te laten uitdruipen? [DC 14 (1946)] III-2-1
verkouden verkouden: ich bin verkauwe (Sibbe/IJzeren) Verkoudheid. Op welke wijze wordt dit gewoonlijk uitgedrukt? B.v. Ik ben ~ [DC 27 (1955)] III-1-2
verkoudheid kou: ẓwoar kau (Sibbe/IJzeren), snop: ich hub de ṣnoep (Sibbe/IJzeren), ṣnoep (Sibbe/IJzeren), zware kou: ẓwoar kau (Sibbe/IJzeren) Lichte verkoudheid. Gebruikt men afzonderlijke benamingen voor een zware en lichte verkoudheid [DC 27 (1955)] || Verkoudheid. Op welke wijze wordt dit gewoonlijk uitgedrukt? B.v. Ik ben ~ [DC 27 (1955)] || Zware verkoudheid. Gebruikt men afzonderlijke benamingen voor een zware en lichte verkoudheid [DC 27 (1955)] III-1-2
vinger vinger: viŋər (Sibbe/IJzeren) vinger [DC 01 (1931)] III-1-1