e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q112z plaats=Ten-Esschen/Weustenrade

Overzicht

Gevonden: 1253
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
doffer, mannelijke duif vogel: voeëgel (Ten-Esschen/Weustenrade) een mannelijke duif (doffer, kebber, kipper, horen, duivcer) [N 83 (1981)] III-4-1
dokteren dokteren: doktere (Ten-Esschen/Weustenrade) dokteren: De geneeskunde beoefenen (meesteren, dokteren). [N 84 (1981)] III-1-2
domino domino: domino (Ten-Esschen/Weustenrade) Het spel met 28 stenen die op één zijde met ogen of een punt gemerkt zijn (van dubbel blank tot dubbel zes) die tegen elkaar gelegd m oeten worden zó dat telkens gelijke ogen aan elkaar sluiten en waarbij iedere speler probeert domino te worden, d.w.z. zi [N 88 (1982)] III-3-2
dompelen onderdompelen: ongerdompele (Ten-Esschen/Weustenrade), soppen: soppe (Ten-Esschen/Weustenrade) Dompelen: geheel doen onder gaan in een vloeistof (dompelen, duwen, soppen, onderduwen). [N 84 (1981)] || in een vloeistof dompelen [dopen, doppen, dompelen] [N 91 (1982)] III-1-2, III-4-4
donderslag hommelslag: hómmelslaag (Ten-Esschen/Weustenrade) hevige donderslag [ketterslag, kletteraar] [N 81 (1980)] III-4-4
donker worden, duisteren duister worden: dūster waere (Ten-Esschen/Weustenrade) donker worden [duisteren] [N 91 (1982)] III-4-4
donker, duisterx donker: donker (Ten-Esschen/Weustenrade), duister: duuster (Ten-Esschen/Weustenrade) donker [donkel, duuster, domp] [N 06 (1960)] || niet of weinig verlicht [donker, duister, deemster] [N 91 (1982)] III-4-4
dons, nestveren vlughaar: vluëghaore (Ten-Esschen/Weustenrade) het haar van jonge vogels die nog geen veren hebben (stapveren, duivelshaar, paddehaar) [N 83 (1981)] III-4-1
dood (zn.) dood: doeëd (Ten-Esschen/Weustenrade) de toestand die intreedt bij het eindigen van het leven [dood, overlijden, versterf, verscheiden, einde] [N 86 (1981)] III-2-2
doodlopende weg doodlopende weg: doeëd lopende weëg (Ten-Esschen/Weustenrade) een doodlopende weg (cul-de-sac, keerweg) [N 90 (1982)] III-3-1