e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L289p plaats=Boshoven

Overzicht

Gevonden: 217

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
blaffen bellen: beule (Boshoven), blaffen: blaffe (Boshoven) blaffen III-2-1
blaker blaker: blōͅkər (Boshoven) luchter III-2-1
blauwsel blauwsel: blau̯səl (Boshoven) zakje blauw, werd door de vrouwen gebruikt in de was. Deze kleurstof was verpakt in blauw-wit gestreepte pakjes. Na het spoelen van de was vplgde het bleken met zuiver water, waaraan men blauwsel als bleekmiddel toevoegde III-2-1
boenen boenen: bunə (Boshoven) meubels en vloerzeil met behulp van was en een doek glimmend maken [DC 15 (1947)] III-2-1
boenwas boenwas: bunwas (Boshoven) de was waarmee meubels en vloerzeil glimmend gemaakt worden [DC 15 (1947)] III-2-1
bord telloor: təly(3)̄r (Boshoven) etensbord III-2-1
borstel borstel: börstel (Boshoven, ... ), kwasp: kwasp (Boshoven, ... ) borstel [DC 15 (1947)] || kwastachtige borstel [DC 15 (1947)] || schrobber (van takjes) [DC 15 (1947)] III-2-1
botervlootje boterpot: booterpot (Boshoven), botervlootje: būətərvly(3)̄ətjə (Boshoven) botervlootje [DC 23 (1953)] III-2-1
bouwval keviep: kəvip (Boshoven), schevaak: sxəvā.k (Boshoven) bouwval || oud en bouwvallig bouwsel III-2-1
braadpan braadpan: brōͅtpan (Boshoven), kasserol: kəstroͅl (Boshoven), kelle: keͅlə (Boshoven) braadpan || gietijzeren braadpan, ketel || kookpan, braadpan III-2-1