e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q112z plaats=Ten-Esschen/Weustenrade

Overzicht

Gevonden: 1253

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
ademen adem scheppen: aom sjuppe (Ten-Esschen/Weustenrade) ademen [N 10a (1961)] III-1-1
ader ader: aor (Ten-Esschen/Weustenrade) ader [N 10a (1961)] III-1-1
afdingen afpingelen: aafpingele (Ten-Esschen/Weustenrade) proberen minder te moeten betalen dan de gevraagde prijs [afdingen, afpingelen, afpekelen, penkeren, prengelen, pingelen] [N 89 (1982)] III-3-1
afhangend kuifje (bij kortgeknipt haar) pony: ponnie (Ten-Esschen/Weustenrade) haar, kortgeknipt ~ met alleen van voor een afhangend kuifje [ponnie, tuil] [N 10 (1961)] III-1-1
afkalven afbrokkelen: āāfbrokkele (Ten-Esschen/Weustenrade) afkalven, stuksgewijs afschuiven en instorten gezegd van oevers, slootkanten enz [inkalven, inkavelen, inkelderen] [N 81 (1980)] III-4-4
afkomst komaf: komaaf (Ten-Esschen/Weustenrade) afkomst, afstamming; bloedverwantschap in neerdalende lijn [komaf, tuk, afkomst] [N 87 (1981)] III-2-2
afleggen van een dode afleggen: aaflèkke (Ten-Esschen/Weustenrade) een lijk reinigen en met het doodsgewaad bekleden, meestal tevens van het bed afnemen [afleggen, lijken, ontwaden] [N 87 (1981)] III-2-2
afloeren, bespieden afloeren: aafloere (Ten-Esschen/Weustenrade) kijken: afloeren [aafvinke] [N 10 (1961)] III-1-1
afpassen met de voet, aftreden aftreden: aaftreë (Ten-Esschen/Weustenrade) de lengte bepalen door stappen [aftreden] [N 91 (1982)] III-4-4
afrikaantje afrikaantje: afrikaantje (Ten-Esschen/Weustenrade) Afrikaantje (tagetes patula). De bladeren zijn samengesteld en tevens ovaal. De bloemkorfjes staan op zeer verdikte stelen. Het zijn lage plantjes, welke vaak gebruikt worden voor randen en mozaïek-perken. De bloemen zijn donkergeel, meest met bruin gekle [N 73 (1975)] III-2-1