e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q121a plaats=Chèvremont

Overzicht

Gevonden: 1324
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
fatsoenlijk anstndig (du.): an’sjtendieg (Chèvremont), fatsoenlig: fatsüng’lieg (Chèvremont), ordentlich (du.): orrentlieg (Chèvremont), or’dentlieg (Chèvremont) behoorlijk, fatsoenlijk || fatsoenlijk III-1-4
flauw lauw: läu (Chèvremont) flauw, smakeloos III-2-3
flink; flinke persoon ferm: ferm (Chèvremont) ferm, flink III-1-4
framboos brochmiemel: bróch’miemmel (Chèvremont), hiembeer: hiem’beer (Chèvremont) framboos I-7
fruit, afgevallen val-obst: val’obs (Chèvremont), windslag: wink’sjlaag (Chèvremont) fruit, afgevallen — I-7
fruit, ooft obst (du.): obs (Chèvremont) fruit, ooft I-7
fruitboom obst-boom: obs’boom (Chèvremont) fruitboom I-7
fuchsia bellen-stock: bɛləštoͅk (Chèvremont) belleplant, fuchsia III-2-1
galmgaten galmvensters: jalm-vinstere (Chèvremont) De open vensters in de klokketoren, waardoor het geluid van de klok(ken) naar buiten galmt [schalvensters, almsgatter, galmgaten?]. [N 96A (1989)] III-3-3
gang gang: jaŋk (Chèvremont), huisgang: hūsjaŋk (Chèvremont) gang III-2-1