e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=P050p plaats=Herk-de-Stad

Overzicht

Gevonden: 3119

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aars aarsgat: eͅsgöət (Herk-de-Stad), kont: kont (Herk-de-Stad) [JG 1a, 1b; N 8, 13, 32.9 en 35]aarsgat [ZND m] I-9, III-1-1
aas in het kaartspel aas: aoze (Herk-de-Stad), hättən ōs (Herk-de-Stad, ... ), ōze (Herk-de-Stad) Aas: harten aas (in het kaartspel). [ZND 19A (1936)] || Ik heb de vier azen. [ZND 19A (1936)] III-3-2
abuis abuis: djə zeͅt aby(3)̄s (Herk-de-Stad), dšee zy(3)̄t abys (Herk-de-Stad), ook materiaal znd 19a,6  dšee zy(3)̄t abys (Herk-de-Stad), mis: das mis (Herk-de-Stad), ook materiaal znd 19a,6  djə zeͅt mis (Herk-de-Stad) abuis [ZND 01 (1922)] || Dat is mis. [ZND 38 (1942)] || Ge zijt abuis (= ge vergist u). [ZND 19 (1936)] III-1-4
accijnsgewicht aangifte: ǫwǝngęftǝ (Herk-de-Stad) Het gewicht van een te slachten rund, zoals dat bij de belastingdienst moet worden aangegeven. [N 28, 1] II-1
achterdocht achterdenken: ich hā gin achtərdɛnkə (Herk-de-Stad), ook materiaal van vr.lijst 32, vr. 44  axtərdeͅnkə (Herk-de-Stad) achterdocht [ZND 01 (1922)] || ik had geen achterdocht (ik vermoedde geen kwaad) [ZND 32 (1939)] III-1-4
achterhaam achterhaam: achterhaam (Herk-de-Stad), achterlap: axtǝrlap (Herk-de-Stad) Samenstel van riemen dat op het achterwerk van het paard wordt gelegd en dient om de kar achteruit te stoten. [JG 1a, 1b, 2b; N 13, 74; monogr.] I-10
achterknie achterknie: axtǝrknē̜ (Herk-de-Stad), vars: vas (Herk-de-Stad) Uitstekend achterpootsgewricht van het paard. Een gedeelte van de termen duidt niet de uit- maar de insprong of knieholte aan. Zie afbeelding 2.40. [JG 1a, 1b, 2c; N 8, 32.1, 32.5, 32.9, 32.10, 32.11 en 32.12] I-9
achteruit achter: axtǝr (Herk-de-Stad), terug: tryk (Herk-de-Stad) Voermansroep om het paard achteruit te doen gaan. [JG 1b; N 8, 95l en 96; L B 2, 254; L 36, 81b; monogr.] I-10
achteruitgaan achterwaarts gaan: achtərwadx goͅn (Herk-de-Stad) achteruitgaan, wijken, deinzen [ZND 33 (1940)] III-1-2
achterwand hoofdbred: hyǝt˱brē.t (Herk-de-Stad), hoofdstuk: hutstø̜k (Herk-de-Stad) De afneembare achterplank van de kar of wagen. Deze plank werd tussen de twee zijwanden geschoven om de laadruimte af te sluiten en kon tijdens het lossen weggenomen worden. Voor de betekenisontwikkelingen van de verschillende woordtypes, zie de toelichting bij het lemma voorwand. Op de kaart zijn voor Belgisch Limburg alleen de gegevens uit de mondelinge enqu√™te opgenomen. [N 17, 30a + 36 + 48; N G, 61c; JG 1a; JG 1b; JG 2b; JG 2c; A 26, 1a; Lu 4, 1a; L 33, 4; L 40, 56; monogr.] I-13