e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=P213p plaats=Niel-bij-St.-Truiden

Overzicht

Gevonden: 1032

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
autoped trottinette (fr.): Afl. trottinetten.  troͅtənèt (Niel-bij-St.-Truiden) Trottinet: autoped. III-3-2
baantje glijden op het ijs ritsen: Hij ritsde op het ijs.  retsə (Niel-bij-St.-Truiden), slibberen: Bijv. den auto heeft geslibberd op het ijs.  slebərə (Niel-bij-St.-Truiden) Glijden. || Ritsen: 3. Glijden. III-3-2
baarspelen add. koninkje spelen: Sub koninkske, (2).  køineŋkskə spelen (Niel-bij-St.-Truiden) Kinderspel waarbij de deelnemers in 2 kampen verdeeld worden, en waarvan elke der 2 kampen zoveel mogelijk tegenstrever tracht eraan te maken. III-3-2
bal bal: bḁl (Niel-bij-St.-Truiden), bol: Kogelstoten gebeurt bij ene metalen bol.  boͅl (Niel-bij-St.-Truiden) Bal: 1. [Bal]. || Bol: 1. [Bal]. III-3-2
bal gehakt frikadel: Syst. Frings  frekədɛl (Niel-bij-St.-Truiden) Bal gehakt (frikkedel?) [N 16 (1962)] III-2-3
bangerik couillon (fr.): cf. fr. s.v. "couillonner"(coïonner) = koeioneren  kŏĕjò͂ (Niel-bij-St.-Truiden) lafaard, bangerik III-1-4
bankbiljet biljet: ps. omgespeld volgens Frings.  bəleͅt (Niel-bij-St.-Truiden) bankbiljet, banknoot, een ~ [briefke?] [N 21 (1963)] III-3-1
barrevoets barrevoets: beͅrəvuts (Niel-bij-St.-Truiden) barrevoets III-1-3
bascule bascule: bəskyl (Niel-bij-St.-Truiden) Weeginstrument met vaste vloer (bascule). [N 18 (1962)] III-3-1
bazige vrouw commandant: kómàndant/kómmədànt (Niel-bij-St.-Truiden), domineur (< fr.): mar.: van "domineren"; fr. "dominer  dòmənéújr (Niel-bij-St.-Truiden), kapitein: kappətééən (Niel-bij-St.-Truiden) bazige vrouw III-1-4