e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q032a plaats=Puth

Overzicht

Gevonden: 3095

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aardbeienvlaai aardbelenvla: èùrbelevla (Puth) Vla met vulling van aardbeien [N 16 (1962)] III-2-3
aarde, grond aarde: êêrd (Puth) aarde (grond) [SGV (1914)] III-4-4
aarden pot aarden pot: ērdǝ pǫt (Puth), ē̜rdǝ pǫt (Puth) Aarden pot, bleekbruin van kleur. Dorren (Valkenburgs Woordenboek) merkt op pag. 15 over de term baar op: ø̄̄Naar de grootte onderscheidt men één-, twee- en drieschildersbaren, wijl ze gemerkt zijn met één, twee of drie schildjes (reliefstempels), met een inhoud van circa 20, 30 en 40 liter.ø̄̄ De driekroonse pot was een verglaasde pot voor het inmaken van zuurkool, braadworst en bonen. De pot was gemerkt met drie kroontjes en had een inhoud van 20 tot 50 liter. Het woordtype driekronenpot duidt waarschijnlijk een vergelijkbare pot aan. Zie hiervoor ook de toelichting bij het lemma ɛstroopvatɛ in wld II.2, pag. 59.' [N 49, 103b; L 1a-m; L 32, 15a; L 32, 15b; R 3, 5; S 1; monogr.] II-8
aardewerk kleigoed: klejgood (Puth) aardewerk (eerdegoed, gleiwerk) [N 20 (zj)] III-2-1
aardmannetje (kabouter) alvermannetje: avermenke (Puth) aardmannetje [SGV (1914)] III-3-3
aars vot: vot (Puth) aars, darmuitgang [N 10c (1961)] III-1-1
aarsspleet reet: ree:t (Puth) aarsspleet tussen de billen [N 10c (1961)] III-1-1
aarzelen schikschouderen: sjiksjouere (Puth) aarzelen [SGV (1914)] III-1-4
aas in het kaartspel aas: roeten aos (Puth) Aas: Ruiten aas. [SGV (1914)] III-3-2
achterdocht wantrouwen: wantroewe (Puth) achterdocht [SGV (1914)] III-1-4