e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q112z plaats=Ten-Esschen/Weustenrade

Overzicht

Gevonden: 1253

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
afrit afrit: aafrit (Ten-Esschen/Weustenrade) een hellende weg waarlangs men een brug, een dijk enz. kan verlaten (afrit, afging, afrij) [N 90 (1982)] III-3-1
afscheuren, afritsen aftrekken: āāftrekke (Ten-Esschen/Weustenrade) afscheuren [rippen, afritsen] [N 91 (1982)] III-4-4
aftroggelen aftroggelen: aaftroggele (Ten-Esschen/Weustenrade) listig of met bedrog iets van iemand weten te krijgen [troggelen, aftroggelen, uitschillen, affoefelen, aftruifelen, aftisselen, afstrepen, affutselen, afzetten] [N 89 (1982)] III-3-1
afzetten overschatten: euéversjatte (Ten-Esschen/Weustenrade) meer laten betalen dan een artikel waard is; te duur doen betalen [strepen, aankomen, strafelen, straffen, stropen, stroefen, scholpen, nijpen, afdrogen, overschatten] [N 89 (1982)] III-3-1
allerheiligen allerheiligen: Allerhèllige (Ten-Esschen/Weustenrade) Allerheiligen. [N 06 (1960)] III-3-3
allerzielen allerzielen: Allerzîêle (Ten-Esschen/Weustenrade) Allerzielen. [N 06 (1960)] III-3-3
alles kwijt blut: blut (Ten-Esschen/Weustenrade) Alles bij het spel verloren hebben [keps, kaps, baard, dod, pret, bluts, rits, rutsel, rut, rus, molk, mol, mot]. [N 88 (1982)] III-3-2
andere voorwerpen in bikkelspel {z. toel.}: met loden dikkels  z. toel. (Ten-Esschen/Weustenrade) Wordt (werd) een dergelijk spel wel gespeeld, maar met andere voorwerpen? [N R (1968)] III-3-2
angel van bij of wesp angel: angel (Ten-Esschen/Weustenrade) Hoe noemt u het orgaan waarmee bijen en wespen steken (angel) [N 83 (1981)] III-4-2
anjelier jonkertje: junkerke (Ten-Esschen/Weustenrade) Welke dialectbenamingen hebt u voor de verschillende potplanten en snijbloemen voor de koude kas: dianthus (anjer) [N 73 (1975)] I-7