e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=L289p plaats=Boshoven

Overzicht

Gevonden: 217

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
grote schoonmaak grote poets: de groete poets es achter de ruk (Boshoven), grōēte poets (Boshoven), gruətə puts (Boshoven), Vè zeen aan de groete poets (Boshoven), grote schoonmaak: grōēte schoe enmaak (Boshoven) de schonmaak is aachter de rug [DC 15 (1947)] || grote schoonmaak || het schoonmaken van het gehele huis, dat in het voorjaar plaats heeft [DC 15 (1947)] || wij zijn aan het schoonmaken [DC 15 (1947)] III-2-1
hakbord hakvlootje: hak˃vly(3)̄ətjə (Boshoven) hakbord voor vlees en groente III-2-1
handveger, stoffer handveger: handvèger (Boshoven, ... ) het voorwerp waarmee vloeren en vloerkleden stofvrij worden gemaakt met stugge haren [DC 15 (1947)] || het voorwerp waarmee vloeren en vloerkleden stofvrij worden gemaakt met zachte haren [DC 15 (1947)] III-2-1
hangslot hangslot: hangsloot (Boshoven) hangslot [N 07 (1961)] III-2-1
heibezem heibezem: zie tekening: 1 (links)  heibesem (Boshoven) bezem (soorten) [DC 15 (1947)] III-2-1
hengsel hengel: he.ŋəl (Boshoven) hengsel, handgreep III-2-1
herfstsering kermisbloem: kêrmesbloom (Boshoven) floks III-2-1
het vuur aansteken aandoen: āndō.n (Boshoven), aansteken: ānstēͅkə (Boshoven), vinken: ve.ŋkə (Boshoven) aansteken || ontsteken III-2-1
het vuur doven uit laten gaan: oet laote gaon (Boshoven) doven, laten uitgaan, gezegd van vuur in de kachel [N 07 (1961)] III-2-1
hond duuk: duuk (Boshoven, ... ), hond: hoónt (Boshoven, ... ) hond III-2-1