e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q004p plaats=Gelieren/Bret

Overzicht

Gevonden: 612

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bloem bloem: Syst. Frings  blum (Gelieren/Bret) Bloem van het meel (bloem, dons, blom, blons?) [N 16 (1962)] III-2-3
blussen blussen: blesse (Gelieren/Bret) blussen [ZND 23 (1937)] III-3-1
blutsen nutsen: netsen (Gelieren/Bret) De appels niet blutsen. [ZND 21 (1936)] III-1-2
bochel bult: bult (Gelieren/Bret), kroef: krof (Gelieren/Bret), pochel: pochel (Gelieren/Bret) Hij heeft een bochel. [ZND 21 (1936)] III-1-2
boek boek: bŏŏk (Gelieren/Bret) boek [ZND 21 (1936)] III-3-1
boer boer: pachthof in de Kempen  de boer woent op een boerderij (Gelieren/Bret) Vertaal in het dialect en vul aan: De boer woont op een ... (Fr. ferme geef de verschillende namen voor grote en kleine bedrijven, indien er bestaan. [ZND 22 (1936)] III-3-1
boerenkool boerenkool: Syst. Frings  būrəkil (Gelieren/Bret), boerenmoes: Syst. Frings  būrəmus (Gelieren/Bret) Boerenkool (boeremoes?) [N 16 (1962)] III-2-3
boerenkoolstamppot stomp: Syst. Frings  stōmp (Gelieren/Bret) Stamppot van aardappelen en boerenkool [N 16 (1962)] III-2-3
boerenvlaai boerenvlaai: Syst. Frings  būrəvlōͅi̯ (Gelieren/Bret) Grote boerenvla (vlaam?) [N 16 (1962)] III-2-3
boerenzwaluw, zwaluw boerenzwalvertje: Frings  būrəzwɛlvərke (Gelieren/Bret) boerenzwaluw (19 roodachtig keeltje; zeer puntige vorkstaart; nest van klei en sprietjes binnenin een schuur [N 09 (1961)] III-4-1