e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q111q plaats=Ransdaal

Overzicht

Gevonden: 898

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
binnenvoering bukskin: bøksken (Ransdaal), lijnen: linǝ (Ransdaal), stoom: štǫwm (Ransdaal) Voeringstof die steun en vormvastheid geeft aan bepaalde plaatsen en onderdelen van een kledingstuk. Er zijn verschillende soorten binnenvoering. Zo is stoom een gaas dat sterk gepapt is, in katoen of rayon (Meima I, pag. 209). Dit dient voor tussenvoering in vesten en de onderkant van mouwen. [N 59, 36; N 59, 39; N 59, 133] II-7
binnenvoering innaaien aannaaien: ānniǝ (Ransdaal) Het innaaien van de binnenvoering. [N 59, 118] II-7
blad, bladeren van een plant blad: blāt (Ransdaal), blader: blār (Ransdaal) Blad, als deel van een plant. De meervouden en verkleinwoorden zijn apart behandeld. [JG 1a, 1b; A 3, 1; L 1, a-m; L 4, 1; L 14, 16; L 32, 21; S 3; R 7, 25; R 12, 26; monogr.] I-4
blaten bleuken: blø̜̄kǝ (Ransdaal) Geluid voortbrengen, gezegd van een schaap. [N 19, 76a; S 52, add.; Vld.; monogr.] I-12
blazen ongelijk liggen: ongǝlīk liqǝ (Ransdaal) Oneffen liggen, van kleding gezegd. [N 59, 189] II-7
bles bles: blɛs (Ransdaal) Witte streep op het voorhoofd van de koe. [N 3A, 136b; N 3A, 135b] I-11
blinde naad blinde naad: bleŋǝ nǭt (Ransdaal) De naad die ontstaat bij het binnenstebuitennaaien. [N 36, 45] II-10
bloedaders bloedaderen: blōtǭrǝ (Ransdaal) Aders zichtbaar op de uier. [N 3A, 118c] I-11
bloedgang (het) zuiveren: zȳvǝrǝ (Ransdaal) Uitscheiding van een niet bevruchte koe. [N 3A, 31] I-11
bloeien bloeien: bløi̯ǝ (Ransdaal) De algemene uitdrukking voor het in bloei staan of bloesem dragen van planten en gewassen. In het materiaal-JG is uitdrukkelijk opgegeven dat het om het bloeien van koren gaat. In dit lemma worden de werkwoorden bijeengezet; in het volgende lemma komen de zelfstandige naamwoorden aan bod. [JG 1a, 1b; L A2, 373; L 32, 77, R 1, 37; monogr.] I-4