e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q036p plaats=Nuth/Aalbeek

Overzicht

Gevonden: 1955

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
baard baard: baard (Nuth/Aalbeek), baart (Nuth/Aalbeek) baard [DC 01 (1931)] III-1-1
babbelaar babbelaar: babbəléér (Nuth/Aalbeek) babbelaar; Hoe noemt U: Een balletje van suiker of stroop (babbelder, babbelaar, brok, babbel(tje), suikerbal, sabbelder, ababol, rababbel, kussentje, spekje, steek, kokinje, babbelut) [N 80 (1980)] III-2-3
baby, zuigeling get kleins: get kleins (Nuth/Aalbeek), kindje: kiendje (Nuth/Aalbeek, ... ) baby, zuigeling; benaming voor kind beneden één jaar [DC 30 (1958)] || pasgeboren kind; bij onze buren hebben ze een baby gekregen [DC 30 (1958)] III-2-2
baker baker: bākər (Nuth/Aalbeek), wijsvrouw: wiesvrouw (Nuth/Aalbeek, ... ) baker; ongediplomeerde (ervaren) vrouw die helpt bij bevalling [DC 12a (1943)] || baker; ongediplomeerde verzorgster van moeder en kind [DC 12a (1943)] || hoe heet de baker of vroedvrouw? [DC 05 (1937)] III-2-2
bakken bakken: bakkə (Nuth/Aalbeek), bàkkə (Nuth/Aalbeek), braden: broa (Nuth/Aalbeek) bakken [RND] || bakken; Hoe noemt U: Spijzen met boter of vet bereiden (kuinen) [N 80 (1980)] III-2-3
bal gehakt frikadel: frikedel (Nuth/Aalbeek) Bal gehakt (frikkedel?) [N 16 (1962)] III-2-3
baldakijn hemel: hieëmel (Nuth/Aalbeek) De rechthoekige troonhemel waaronder het H. Sacrament wordt rondgedragen in de processie [Hemel, balkon, draaghemel, himmel]. [N 96C (1989)] III-3-3
balein balein: berlien (Nuth/Aalbeek) balein uit het korset [N 25 (1964)] III-1-3
balkenbrij balkenbrij: balkebrījə (Nuth/Aalbeek) balkenbrij [Roukens 03 (1937)] III-2-3
balzak zakje: zekskə (Nuth/Aalbeek) balzak, scrotum [zak, beurs] [N 10c (1995)] III-1-1