e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q032a plaats=Puth

Overzicht

Gevonden: 3095

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
angst angst: angs (Puth) angst [SGV (1914)] III-1-4
anjelier anjer: anjer (Puth) [DC 17 (1949)] I-7
anjer, anjelier (dianthus caryophyllus l.) anjer: -  anjer (Puth), jonkertje: -  junkerke (Puth) tuinanjer [DC 17 (1949)], [SGV (1914)] III-2-1
anker anker: anker (Puth) anker [SGV (1914)] III-3-1
appelbol krollemol: krollemol: appel met deegbekleding (meel).  krollemol (Puth) Appelbol (krollebol, kokkerebol, kollemol, zomerbroodje, appelbol, appelbroodje, ballebuuze?) [N 16 (1962)] III-2-3
appelboom appelboompje: Vraag: "appelboomjes", diminutief gelaten; enkelvoud opgenomen  eppelbömpkə (Puth) [DC 03 (1934)] I-7
appelmoes appelspijs: appelsjpīēs (Puth) Appelmoes (appelpommee?) [N 16 (1962)] III-2-3
appeltaart taartenpom: taartepom (Puth) Appeltaart (tartepom?) [N 16 (1962)] III-2-3
appeltaartje toeslagje: toesjlaegske (Puth) Appeltaartje (tartepumke, toeslaag?) [N 16 (1962)] III-2-3
appelvink appelvink: appelvènk (Puth) appelvink (18 grote snavel, kort staartje; grote vogel; zeer schuw; zeldzaam; vreet vruchtenpitten; roep [ptik] [N 09 (1961)] III-4-1