e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q036p plaats=Nuth/Aalbeek

Overzicht

Gevonden: 1955

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bandschort met borststuk scholk: scholk (Nuth/Aalbeek) schort met borststuk en schouderbanden [schortel, scholk, sjutsel] [N 24 (1964)] III-1-3
bangerik piezel: cf. VD s.v. "piezel"2. (gew.) klein, mager, tenger kindje  piezel (Nuth/Aalbeek), schijterik: ene sjieterik (Nuth/Aalbeek), schijthuis: e schiethoes (Nuth/Aalbeek), sjiethoes (Nuth/Aalbeek), schijtijzer: sjietiezer (Nuth/Aalbeek) angsthaas || bangerik || bangerik [schiethoes] [N 07 (1961)] III-1-4
barrevoets op blote voeten: up blu.ət fø.t (Nuth/Aalbeek) blootvoets [RND] III-1-3
bed bed: be̝ͅt (Nuth/Aalbeek) bed [RND] III-2-1
bedelmonnik bedelpater: bèdelpaâter (Nuth/Aalbeek) Een bedelmonnik [sopbroêder]. [N 96D (1989)] III-3-3
bedelpater bedelpater: bèdelpaâter (Nuth/Aalbeek) Een pater van een van de bedelorden. [N 96D (1989)] III-3-3
bedevaart bedevaart: bèèvaart (Nuth/Aalbeek), bedeweg: beaweeg (Nuth/Aalbeek), bèèwèeg (Nuth/Aalbeek) Bedevaart doen [ne gank doon]. [N 06 (1960)] || Een bedevaart, pelgrimstocht, pelgrimage [beevaart, bèèvert, bidvaart, beeweg, beevaart, begankenis]. [N 96C (1989)] III-3-3
bediend worden bediend worden: bedeend wère (Nuth/Aalbeek) Bediend worden, berecht worden, de laatste sacramenten ontvan-gen. [N 96D (1989)] III-3-3
bedienen bedienen: bedeene (Nuth/Aalbeek) Iemand bedienen, berechten, iemand de laatste sacramenten toedienen. [N 96D (1989)] III-3-3
bedriegen beschwindeln (du.): besjwiendele (Nuth/Aalbeek) bedriegen: Als hij kans ziet zal hij proberen je te - [DC 35 (1963)] III-1-4