e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q094b plaats=Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler

Overzicht

Gevonden: 1034

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bij het stappen de hoeven naar buiten bewegen (het) staat frans: stęi̯t frans (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler), frans staan: frāns stōn (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler), inhaken: enhǭkǝ (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler) In dit lemma staan ook de antwoorden op vraag N 8, 77: "met de hoeven naar buiten gekeerd staan". [N 8, 72, 75, 77, 78a en 86] I-9
bij het stappen de hoeven niet voldoende opheffen slepen: slęi̯pǝ (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler) [N 8, 80] I-9
bij het stappen de voeten kruiselings plaatsen kremmen: krɛmǝ (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler) [N 8, 76] I-9
bij het stappen de voeten naar binnen keren (een) scheve: šęi̯vǝ (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler) De hoeven staan haaks of op zijn Vlaams, in tegenstelling met de Franse stand (zie het vorige lemma). [N 8, 72 en 86] I-9
bijeen poten kort: kǫt (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler), kort bijeen: kǫrt bięi̯n (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler) De pootaardappelen dichter bijeen zetten dan men gewoonlijk doet. Bij de bijwoordelijke uitdrukkingen in dit lemma moet steeds het werkwoord voor "poten": ɛpoten, plantenɛ of ɛzettenɛ, worden toegevoegd; zie daartoe het lemma Poten. [N M, 18a] I-5
bijeenploegen opeenaan varen: ǫp˱ēnān vǭ.rǝ (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler), opvaren: ǫp˲vārǝ (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler) Bijeenploegen is de manier van ploegen (met een niet-wentelbare ploeg), waarbij de voren van twee kanten naar het midden van de akker worden omgekeerd. Men begint in het midden van de akker, waar men twee voren tegen elkaar ploegt. Vervolgens ploegt men de 3e voor tegen de Ie aan, de 4e tegen de 2e, de 5e tegen de 3e, enz. Na iedere voor gaat men, terwijl men de ploeg laat slepen, over de keerstrook naar de andere helft van de akker, om daar de volgende voor te ploegen. Die sleepweg wordt langer, naarmate het ploegwerk vordert. Laaggelegen en natte akkers werden in het midden gewoonlijk wat hoger aangeploegd. Termen met rug lijken daarop te wijzen. Wat de typen in de middel beginnen, in de middel aanschieten, in de midland aanschieten e.d. betreft, die de bedoelde ploegwijze benoemen naar of ook bruikbaar zijn voor het ploegen van de eerste voren daarbij, zie men ook het lemma De Eerste Voor Ploegen, onder B. [N 11, 49; N 11A, 119a; JG 1a + 1b + 1c; A 33, 1a + b; monogr.] I-1
bijgooier bijgooier: bē̜i̯ǝgui̯ǝr (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler) De bijgooier is de tussenpersoon tussen de afsteker van de wagen en de tasser in de schuur. Zie de toelichtingen bij de lemma''s ''graan stapelen in de schuur'' (5.1.11) en ''afsteker'' (5.1.12). [N 15, 50; monogr.] I-4
bil bats: bats (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler), bil: bel (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler) Zie afbeelding 2.38. [JG 1b, 1c; N 8, 32.3, 32.9, 32.10 en 32.11] I-9
billen batsen: batsǝ (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler) Het achterwerk van de koe. [N 3A, 112] I-11
binder binder: bendǝr (Wolder / Oud-Vroenhoven / Wiler) Degene die achter de maaier of aflegger aankomt en die de door hem gemaakte geleggen tot schoven bindt. Vergelijk ook het lemma ''aflegger'' (4.4.4). Soms is door de zegsman de opgave van de mannelijke vorm aangevuld met de aanduiding van de vaak voorkomende vrouwelijke vorm; waar deze afleiding onregelmatig is, is deze hier ook aangegeven. [N 15, 15c en 26; monogr.] I-4