e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q101a plaats=Sibbe/IJzeren

Overzicht

Gevonden: 248

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
hoepel reep: reip (Sibbe/IJzeren) Hoe noemt men het kinderspeelgoed, bestaande uit een grote houten of ijzeren ring, die met een stokje, een haak of een oog wordt voortgedreven, zodat hij over de weg rolt? [DC 19 (1951)] III-3-2
hommel hommel: hommel (Sibbe/IJzeren) hommel [DC 09 (1940)] III-4-2
hondenhok hondshut: ÁÁÁ = uu als in acuut  hontshy(3)̄t (Sibbe/IJzeren) hondenhok [DC 10 (1941)] III-2-1
hoofd kop: kop (Sibbe/IJzeren) hoofd [DC 01 (1931)] III-1-1
hoofdpijn koppijn: koppien (Sibbe/IJzeren) hoofdpijn [DC 27 (1955)] III-1-2
houtworm houtworm: houtwərəm (Sibbe/IJzeren) houtworm [DC 23 (1953)] III-4-2
huid huid: hu:t (Sibbe/IJzeren) huid [DC 01 (1931)] III-1-1
huilen beuken: beukə (Sibbe/IJzeren), grijnen: grienə (Sibbe/IJzeren) huilen: kinderen bij pijn/verdriet; volwassenen [DC 17 (1949)] III-1-4
huismus, mus mus: møsj (Sibbe/IJzeren) Hoe heet de huismusch? [DC 06 (1938)] III-4-1
huisvlieg, vlieg vlieg: vleeg (Sibbe/IJzeren) vlieg, huisvlieg [DC 18 (1950)] III-4-2