e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
(overige) kaartspelen bollen: [cf. http://members.lycos.nl/puzzel/bollen.html]  bolle (Heerlen), bolmannen: boͅlmanə (Nieuwenhagen), bonken: boͅŋkə (Venlo), bruiden: Alleen inf.: zólle-ver get gaon broete?  brōēte (Roermond), WNT: bruid (III) - bruiten - benaming van "zeker kaartspel, anders Belle-Bruid genoemd. Sorte de jeu de cartes, mariage, beau mariage". Thans in Limburg "in het kaartspel de heer en de vrouw. Zijn deze van de troef, dan heet men ze belle broet. Het spel zelf noemt men broeten"(Onze Volkstaal 2, 235). Zie ook belbruid.  broete (Kapel-in-t-Zand), canasten: [< Canasta is een kaartspel, waarbij minimaal 2 spelers nodig zijn. Wanneer het spel door 4 spelers wordt gespeeld dan spelen de 2 personen tegenover elkaar samen.  canasten (Meeuwen), chicago: chicago (Meeuwen), dobben: #NAME?  doebbe (Bilzen), duizend-en-een: doezent-en-ee (Heerlen), een boom zetten: een boom zetten (Koersel), handelen: handele (Hulsberg), jasselemangen?: jazzelemange (Gronsveld), jokken: joeke (Zolder), kappen: kappe (Loksbergen), kappen (Eksel), kipsen?: Vgl. Roermond Wb.: kips*, 1. vrouwenmuts (vero. 2. erg bijdehante, snibbige vrouw, feeks.  kipse (Heel), langste leven: kinderkaartspel  langsteleve (Meerlo), miezelen: miezjele (Hulsberg), [Een kaartspel met troef en 5 kaarten in hand proberen van 25 punten naar 0 te gekomen....(dit is wel een zeer kort spelregel uitleg).  miezele (Gronsveld), misre (fr.): mezaere (Geleen), misere (Stein), mogen: meuge (Thorn), mouselen: [< mise-mouse? cf. http://home.hetnet.nl/~svmarken/Diversen/Mise-mousen.htm]  maowsjele (Heerlen), [cf. < mise-mouse? http://home.hetnet.nl/~svmarken/Diversen/Mise-mousen.htm]  mousjele (Doenrade), opgooien: opgojjen (Eksel), Ich gùjde klêverenhoos ùp-e taffel.  ùpgùje (Beverlo), opsmijten: (ùp)smê"te (Beverlo), proppen: proppe (Tungelroy), schelepieteren: sjele pietere (Gronsveld), schoppen boer: sjeuppebuur (Vlijtingen), schoppen dame: sjøͅpədamə (Reuver), skaten: [< skaat]  skaate (Doenrade, ... ), skate (Kerkrade), smousen: sjmouse (Haelen, ... ), steken: steke (Loksbergen), stokje rapen: sjtøͅkskə rāpə (Merkelbeek), zetter: zetter (Loksbergen), zevenschramen?: zievesjreume (Gronsveld), zwartebetten: ? [suggestie bij vraagstelling]  zwartebette (Tungelroy), zwartebetten (Montfort), zwartemiejen: ? [cf. schuppemiejen als suggestie bij de vraagstelling]  sjwatəmījə (Nieuwenhagen) het kansspel waarbij met dobbelstenen geworpen wordt om daarvan winst of verlies te laten afhangen [dobbelen, teerlingen, bollen, smakken, possediezen, tritsen] [N 112 (2006)] || Jokken, met 24 kaarten, als hoogste de boer van de troefkaart (joek), als tweede hoogste de boer van dezelfde kluer (ónnerjoek). || Kaartspel. || Namen [en beschrijving] van diverse kaartspelen zoals: [bonken, eenentwintigen, hoogjassen, kajoeteren, klaverjassen, kwetten, kruisjassen, liegen, pandoeren, petoeten, schuppemiejen, smousjassen, tikken, toepen, wijveren, zwartebetten, zwartepieten, zwik [N 88 (1982)], [N 88 (1982)] || Opgooien (bij het kaarten). III-3-2