e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
aflaten, afdraaien (de deuren) toezetten: tuzętǝ (Ophoven), afdoen: ōf˱dū.n (Mal), afdraaien: af˱drę̄n (Sint-Truiden), ā.f˱drɛjǝ (Maaseik), āf˱drɛ̄ǝn (Lummen, ... ), ǭf˱drɛǝ (Wellen), ǭf˱drɛǝn (Hoeselt), ǭf˱drɛ̄.jǝ (Maastricht, ... ), ǭf˱drɛ̄ǝn (Stevoort, ... ), afduwen: áf˱dø̜jǝ (Lanaken), aflaten: ā.flǭ.tǝ (As, ... ), ǫflō.tǝ (Sluizen, ... ), ǭflotǝ (Lauw), ǭfluǝtǝ (Alken, ... ), ǭflø̜tǝ (Beverst), ǭflōǝtǝ (Herk-de-Stad, ... ), afschroeven: ǭfsxruvǝ (Heks), afslieten: ǭfslē.tǝ (Kanne), afstoten: ǭfstő̜wtǝ (Broekom), aftrekken: ǭftrękǝ (Bilzen), afzetten: ǭf˲zɛtǝ (Stevoort), daallaten: dāllōǝtǝ (Berbroek), dǭllotǝ (Tongeren), dɛllø̜tǝ (Alt-Hoeselt), dɛllōǝtǝ (Wintershoven), dichten: dextǝ (Ittervoort), dichtmaken: dextmā.kǝ (Ittervoort), induwen: e.ndywǝ (Opoeteren), ingooien: ęjngujǝ(n) (Diepenbeek, ... ), ęngujǝ (Herk-de-Stad, ... ), inlaten: ęjnlø̜tǝn (Diepenbeek), ęnlø̜̄tǝ (Hoeselt), instoten: e.nstȳǝ.tǝ (Neeroeteren, ... ), e.nstūǝ.tǝ (Maaseik), e.nstűǝ.tǝ (Maaseik, ... ), inzetten: ēnzętǝ (Sluizen), ęnzɛtǝ (Lummen), laten afvallen: lø̜tǝn ǭf˲valǝ (Alt-Hoeselt), laten afzakken: lø̜tǝn āf˲zakǝ (Stokrooie), laten toevallen: lø̜tǝn tǫwvalǝn (Alt-Hoeselt), laten zakken: luǝtǝ zakǝ (Gutschoven), lǭ.tǝ zakǝ (Opoeteren), lǭ.tǝ zákǝ (Kanne), neerdraaien: nē.rdrɛjǝ (Aldeneik), sluiten: slutǝ (Ittervoort), slø̜ǝtǝ (Bommershoven), slōǝtǝ (Kuringen), stilleggen: stellęgǝ (Kortessem), stellɛgǝ (Stevoort), stilzetten: stelzętǝ (Kuringen), toedoen: tø̜wdøn (Ordingen), tǫwduǝn (Kuringen), tǫwdū.n (Lanaken, ... ), toedraaien: towdrɛ̄ǝ (Stokrooie), tydrɛjǝ (Neeroeteren), tűdrɛjǝ (Tongerlo), tǫdrɛǝ (Tongeren), tǫwdręjǝ (Vliermaalroot), tǫwdrɛ̄ǝn (Kortessem), toegooien: tu.gūǝ.jǝ (Maaseik), toehouwen: tø̜whő̜wǝ (Hoepertingen), toelaten: tø̜wluǝtǝ (Berlingen), toemaken: tu.mā.kǝ (Ittervoort), toesmijten: tǫwsmęǝtǝ (Stokrooie), toestoppen: tustǫpǝ (Berbroek), toestoten: tu.stūǝ.tǝ (Maaseik), toezetten: tuzętǝ (Maaseik), tyzętǝ (Neeroeteren), tø̜wzętǝ (Sint-Lambrechts-Herk), tűzętǝ (Kessenich) De sluis laten zakken met behulp van een hefboom of winde. Wanneer wordt gewerkt met een hefboom, kan de molenaar de sluis in één ruk laten dichtvallen. Woordtypen als instoten, ingooien, toehouwen, toegooien en toesmijten wijzen daar dan ook op. Wanneer een winde wordt gebruikt, moet de molenaar de sluis afdraaien. Zie ook het lemma ɛoptrekken, opdraaienɛ.' [Vds 43; Jan 44; Coe 30; Grof 60] II-3