e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bomen, zijwangen binnenboom: benǝbō.m (Bleijerheide), benǝbǫwm (Geulle  [(meervoud: benǝbø̜jm)]  , ... ), benǝbǭm (Posterholt, ... ), bomen: bø̜m (Ottersum), buitenboom: būtǝbǫwm (Geulle  [(meervoud: būtǝbø̜jm)]  , ... ), grote boom: grōtǝ bǫwm (Stein), kleine boom: kleŋǝ bō.m (Bleijerheide), klęjnǝ bǫwm (Stein), korte boom: kǫrtǝ bom (Ottersum), kǫrtǝ bǫwm (Geulle), kǫrtǝ bǭm (Posterholt), korte schacht: kǫtǝ šē̜x (Bilzen), lange boom: laŋǝ bōm (Ottersum), laŋǝ bǫwm (Geulle), laŋǝ bǭm (Posterholt), lange schacht: laŋǝ šē̜x (Bilzen), muurboom: mūrbō.m (Bleijerheide), mūrbǭm (Posterholt), schachten: šē̜xtǝ (Bilzen  [(enkelvoud: šē̜x)]  ), trappebomen: trapǝb ̇ōm, trapǝbø̄m (Bleijerheide), trapwangen: trapwaŋǝ (Stein), voorboom: vø̄rbǫwm (Stein), voorste schacht: viǝstǝ šē̜x (Bilzen), wangen: waŋǝ (Sint Odilienberg, ... ) Elk van de zijstukken van een trap, waarin de treden ofwel worden ingelaten ofwel worden ingekeept. Bij trappen waarvan de bomen niet gelijk van vorm zijn onderscheidt men de buitenboom en de binnenboom. De boom langs de wand van het trapgat wordt doorgaans de buitenboom genoemd, de vrijstaande de binnenboom. Bij een spiltrap met kwartslag zijn drie trapbomen aangebracht. De rechte binnenboom van een dergelijke trap wordt voorboom genoemd, de boom waarin de treden van het eindkwart zijn ingelaten, kleine boom. Zie ook afb. 68. [N 55, 100; N 55, 101a-c] II-9