e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
cultivateren, met de cultivator werken of bewerken (de cultivator) laten schramen: lǭtǝ šrǭmǝ (Margraten), afrussen: áfrø ̝sǝ (Brustem), ǭ.frøsǝ (Mechelen-Bovelingen), breken: brē̜kǝ (Lottum), bręǝkǝ (Gronsveld), cultivateren: kalvātǝrǝ (Hushoven), kontrǝfāǝtǝrǝ (Lommel), kultǝvātǝrǝ (Siebengewald), kulǝvātǝrǝ (Ottersum), kyltivǭtǝrǝ (Mook), kyltǝrǝ (Aijen), køltivātǝrǝ (Margraten, ... ), køltywǭtǝrǝ (Leopoldsburg), køltǝfātǝrǝ (Wanssum), køltǝvātǝrǝ (Doenrade, ... ), kølvātǝrǝ (Broekhuizen), kølǝfātǝrǝ (Merselo), kølǝvātǝrǝ (Horst), kø̜ltǝfātǝrǝ (Montfort), kúltǝrǝ (Ottersum), %%de volgende varianten hebben de aan het Rijnland ontleende, tot kulter gereduceerde vorm van kultivator (d) als grondwoord%%  kultǝrǝ (Siebengewald), diep optrekken: dēp˱ ǫptrękǝ (Cadier), doorsteken: dōrstē̜kǝ (Lottum), dǭrstē̜kǝ (Sevenum), extirpateren: pǭtǝrǝ (Ottersum), ɛkspā.tǝrǝ (As, ... ), ɛkspātǝrǝ (Cadier, ... ), flink derdoor wroeten: fleŋk ˲dǝrdōr vrø̄tǝ (Lottum), flink doorwerken: flēŋk dur`wē̜rǝkǝ (Rijckholt), inbreken: ebre ̝ǝkǝ (Cadier), losbreken: lǫs˱brē̜kǝ (Mook), loscultivateren: lǫskulǝvātǝrǝ (Ottersum), losmaken met de cultivator: lǫsmākǝ met ˲dǝ kølǝvātǝr (Horst), met de cultivator bewerken: met ˲dǝr kultivātǝr bǝwerǝkǝ (Bleijerheide), omrokelen: omrǭkǝlǝ (Heythuysen), oprussen: ǫprø̜sǝ (Rummen), optrekken: ǫptrękǝ (Gronsveld), opvaren: ǫp˲vǭ.rǝ (Grote-Spouwen, ... ), ressorten: rǝsōrǝn (Vliermaalroot), russen: resǝ (Kuringen), ry ̞sǝ (Zelem), rø ̝sǝ (Boekhout, ... ), røsǝ (Alken, ... ), rø̜sǝ (Rummen), schellen: šø̜lǝ (Rijckholt), schulpen: sxø̜.lǝpǝ (Sint-Lambrechts-Herk), sxø̜lǝpǝ (Borlo, ... ), stropen: štrø̄ ̞pǝ (Rijckholt), vijfschaarderen: vīfšē̜dǝrǝ (Rijckholt), zevenschaarderen: ziǝvǝšē̜rdǝrǝ (Rijckholt), zēvǝšē̜rdǝrǝ (Mheer) De cultivator wordt gebruikt a) om hard liggend land open te trekken en het daarop groeiende onkruid los te maken en naar boven te halen; b) om na de oogst de graanstoppels los te woelen of om een met de ploeg geschild stoppelveld verder klein te maken; c) om (op zwaardere grond) de schollen en kluiten van een pas geploegde akker te breken of om de bezakte grond van een eerder geploegde akker luchtig te maken; d) om uitgestrooide kunst-meststoffen in de grond te werken. De enkelvoudige termen van dit lemma kunnen meestal zowel met het land e.d. als object, als ook aboluut gebruikt worden. De samengestelde hebben steeds, ook al is dat hier onvermeld gelaten, het land, de akker e.d. tot object. [JG 1a + 1b add.; N 11, 43 + 47 add.; N 11A, 152; div.; monogr.] I-2