e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
de grond vasttreden, aanstampen aandammen: ā.ndamǝ (Lanklaar), aankloppen: ānklǫpǝ (Bree, ... ), aanplempen: ānplɛmpǝ (Nunhem), aanslaan: ǫǝnslǭǝn (Neerpelt), aanstampen: ā.nsta.mpǝ (Lanklaar), āštampǝ (Waubach), ǭǝnsta.mpǝ (Sint Huibrechts Lille), aanstoten: ānstuǝtǝ (Vucht), aantrampelen: āntra.mpǝlǝ (Bree, ... ), aantrappen: āntrapǝ (Bree), aantreden: ã.n[treden] (Neerharen  [(met plankjes onder de klompen)]  ), ãn[treden] (Lanaken), án[treden] (Meijel), ó̜n[treden] (Berg  [(met plankjes)]  ), ó̜nj[treden] (Bommershoven, ... ), ø̜n[treden] (Lauw), ān[treden] (Beek, ... ), ǫǝn[treden] (Wijchmaal), ǫǝntrē̜ǝ (Zonhoven), ǭ.n[treden] (Hoepertingen  [(met plankjes onder de klompen)]  , ... ), ǭn[treden] (Brustem, ... ), ǭǝ.n[treden] (Mechelen-Bovelingen  [(met plankjes)]  , ... ), ǭǝn[treden] (Boekhout, ... ), ɛn[treden] (Overrepen), aantreden bet de klonken: ǭǝ.ntriǝ bę dǝ klu.ŋkǝ (Groot-Gelmen), aftreden: af[treden] (Aalst  [(met plankjes)]  , ... ), áf[treden] (Buvingen  [(met plankjes)]  ), anhouwen: ānhǫu̯ǝ (Bocholt  [(met de schoep)]  , ... ), daaltreden: dø̜.l[treden] (s-Herenelderen  [(met plankjes)]  ), dø̜l[treden] (Piringen), dǫl[treden] (Gors-Opleeuw), dǭ.l[treden] (Broekom  [(met plankjes onder de klompen)]  ), dammen: damǝ (Lummen, ... ), damǝn (Vucht), kleinmaken: klēnmǭ.kǝ (Grote-Spouwen  [(met plankjes onder de klompen)]  , ... ), klęi̯nmǭ.kǝ (Guigoven  [(met hark of schop)]  ), klɛ̄nmǭ.kǝ (Herderen), kleintreden: klei̯ntrīǝ (Stevoort  [(met plankjes onder de klompen)]  ), kloppen: klǫpǝ (Opitter  [(met de schoep)]  ), neertrampelen: nē̜rtra.mpǝlǝ (Wijshagen), plathouwen: plat˱ǫu̯ǝ (Leut  [(met een gesteelde pletplank)]  , ... ), platklatsen: platklatsǝ (Stokkem  [(met de schoep)]  ), plattreden: pla.t[treden] (Vliermaal), plat[treden] (Uikhoven), plát[treden] (Wintershoven  [(vroeger met plankjes onder de voeten)]  ), pletsen: plętsǝ (Kerkhoven, ... ), plɛtsǝ (Houthalen), plɛtšǝ (Wijlre), sloffen: slū.fǝ (Diepenbeek), toetreden: tou̯[treden] (Kanne  [(met plankjes onder de klompen)]  ), tu[treden] (As), táu̯[treden] (Membruggen, ... ), tā[treden] (Melveren, ... ), tǫu̯[treden] (Broekom  [(met plankjes)]  , ... ), t˙ǫu̯[treden] (Gronsveld), trampelen: tra.mpǝlǝ (Grote-Brogel, ... ), trappelen: tra.pǝlǝn (Achel), trá.pǝlǝn (Neerpelt), treden: [treden] (Alken, ... ), triǝ (Kerkom), triɛ (Berlingen, ... ), trē.(ǝ)n (Eksel), trē.ǝ (Zonhoven), trēǝn (Heppen), trē̜.ǝ (Beverst, ... ), trē̜ǝ (Zonhoven), trē̜ǝn (Kwaadmechelen), tręi̯ǝ (Diets-Heur, ... ), trī.ǝ (Diepenbeek), trī.ǝ(n) (Stokrooie), trīǝ (Berbroek, ... ), trīǝ(n) (Godschei), tr˙ē̜ǝ (Henis), tribbelen: trebǝlǝn (Lommel), trippelen: trepǝlǝ (Meldert), trepǝlǝn (Overpelt), tri.pǝlǝ (Beringen, ... ), tri.pǝlǝn (Helchteren, ... ), trii̯pǝlǝ (Vorsen), tripǝlǝ (Aalst  [(met plankjes)]  , ... ), trī.pǝlǝ (Rukkelingen-Loon  [(met plankjes)]  , ... ), vaneensloffen: vǝnēnslū.fǝn (Vliermaalroot), vastlopen: va.stluǝpǝn (Hamont), vasttrampelen: vasttra.mpǝlǝ (Opitter), vasttreden: vas[treden] (Brustem, ... ), vā.s[treden] (Jesseren, ... ) In de moestuin of op een klein perceeltje kan men - wanneer men niet over een hand- of tuinrol beschikt - de bewerkte grond platkloppen met de spade, de schoep of een plet-plank ofwel vasttreden met de voeten, waarbij dan vaak plankjes onder de klompen worden gebonden. Voor de dialectvarianten van het woord(deel) ''treden'' zij verwezen naar het lemma ''het land aftreden''. [JG 1a + 1b + 1d; N P, 20 add.; monogr.] I-2