e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
graanhok, stuik, mandel anderhalf: oŋǝr`auf (Eisden), bok: bok (Berg, ... ), bǫ.k (Herstappe, ... ), bǫk (Aalst, ... ), bokje: bø̜.kskǝ (Maasmechelen), gast: gās (Afferden, ... ), gāst (Afferden, ... ), gęs (Lanklaar, ... ), gǭs (Helden), (mv)  gɛ̄st (Merselo, ... ), haag: hǭx (Hopmaal  [(vroeger)]  ), hoop: hup (Hasselt, ... ), huǝp (Achel, ... ), hyǝp (Arcen), hø̄p (Neer), hāp (Baexem, ... ), hō.p (Diepenbeek  [(gezegd bij het laden)]  , ... ), hōf (Bocholtz, ... ), hōp (Broeksittard, ... ), hūp (Godschei, ... ), hǫu̯.p (As, ... ), hǫu̯i̯.p (Beek, ... ), hǫu̯p (Alken, ... ), hǭu̯p (Boukoul, ... ), ø̜̄ǝp (Dorne), ūp (Sint-Truiden), ǫu̯.p (Boorsem, ... ), hopper: hǫpǝl (Berlingen), hǫpǝr (Bree), huisje: hyskǝ (Mook), huister: hō.stǝr (Vlijtingen), hukkel: hygǝl (Eynatten), kas: ka.s (s-Gravenvoeren), kas (Amby, ... ), kast (Bocholtz, ... ), mandel: ma.ndǝl (Berbroek, ... ), ma.ntǝl (Hasselt, ... ), mantǝl (Halen, ... ), mā.ndǝl (Borgloon, ... ), mā.ntǝl (Alken, ... ), māndǝl (Aalst, ... ), māntǝl (Engelmanshoven, ... ), mandelhoop: mantǝlhup (Stokrooie), mijt: mīt (Blerick, ... ), opper: ø̜pǝr (Hout-Blerick  [(vroeger)]  , ... ), ǫpǝr (Houthalen, ... ), ɛpǝrt (Zutendaal), stuik: stuik (Kleine-Spouwen), stø̜̄.k (Hasselt), stø̜̄k (Kwaadmechelen, ... ), stø̜i̯k (Heppen), stō.k (Eigenbilzen, ... ), stǫu̯k (Berverlo, ... ), stǫu̯ǝk (Werm), vierbok: vērbok (Leut), vim: vem (Wanssum), vlaamse mandel: vlǭmsǝ māndǝl (Sint-Truiden) Algemene term voor een groepje tegen elkaar staande gebonden schoven in het veld, of, indien gespecificeerd opgegeven, hier het roggehok; haver- en boekweithok zijn aparte lemma''s geworden. Het aantal schoven dat in een hok zit, verschilt per gewas en ook van streek tot streek in Limburg. Goossens 1963, 126-158 geeft een uitvoerige, ook volkskundige, beschrijving van de verschillende soorten hokken en van de verspreiding daarvan over de provincie Belgisch Limburg. De invloed van de bouwwijze van het hok op de naamgeving ervan is er overigens niet evident. De variant mantel kan wel beschouwd worden als een volksetymologie bij mandel. Zie afbeelding 7. [N 15, 30a, 30c, 30d en 31; JG 1a, 1b, 1d, 2c; Goossens 1963, krt. 32; A 10, 16; A 23, 16; L 38, 34a; L 48, 34.1; Lu 1, 16.1; Lu 2, 34.1; Gwn 7, 6; monogr.] I-4