e-WLD begrippen 

 
 
Filteren...

Overzicht

Gevonden: 1

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
graanzwad, rij gemaaide halmen baan: bi̯ø̜n (Rijkhoven), bǭn (Bevingen, ... ), bǭǝn (Binderveld, ... ), gang: ga.ŋk (Berbroek, ... ), gaŋ (Lommel), gaŋk (Beringen, ... ), gā.ŋk (Alken, ... ), gāŋk (Aalst, ... ), gemad: gǝmat (Gulpen, ... ), gǝmaǝt (Oost-Maarland), gǝmāt (Valkenburg), gǝmǭt (Oost-Maarland, ... ), gemade/gemaai: gǝmā (Klimmen, ... ), gǝmāi̯ (Klimmen, ... ), gezwaard: gǝzwārt (America, ... ), gǝzwǫrǝt (Overpelt), gezwad: gǝzwat (Beringen, ... ), gǝzwā.t (As, ... ), gǝzwāt (Berg, ... ), gǝzwō.t (Genk, ... ), gǝzwǫǝi̯t (Borgloon), gǝzwǫǝt (Geistingen, ... ), gǝzwǭ.t (Beverst, ... ), gǝzwǭt (Berverlo, ... ), gǝzwǭu̯ǝt (Diepenbeek), gǝzwǭǝ.t (Achel, ... ), gǝzwǭǝt (Borlo, ... ), gǝšwāt (Baarlo, ... ), gǝžwāt (Herten, ... ), gezwade/gezwaai: gǝzwāi̯ (Meijel), gǝzwęi̯ (Ittervoort), (mv)  gezwāi̯.ǝr (Eisden), hele schoof: hēl šōf (Vlodrop), hoop: hǫu̯p (Batsheers, ... ), jaan/gaan: gø̄n (Baarlo, ... ), gø̜̄n (Hout-Blerick, ... ), gōn (America), gǭn (Blitterswijck, ... ), joęn (Membruggen), ju.ǝn (Neerrepen, ... ), juęn (Overrepen), juǝn (Bommershoven, ... ), juǝnj (Koninksem), ju̯ęn (Martenslinde), jyøn (s-Herenelderen), jø̄n (Nerem, ... ), jø̜n (Nerem), jø̜ǝn (Eys), jēn (Limbricht, ... ), jēǝn (Geleen), jī.n (Waubach), jīǝn (Berkelaar  [(vroeger)]  , ... ), jō.n (Boorsem), jōn (Houthem, ... ), jōęn (Bilzen), jōǝn (Broekom, ... ), jūon (Grote-Spouwen), jǫn (Vucht), jǭn (Baexem, ... ), jǭǝn (Hees, ... ), u̯onj (Millen), u̯ǫi̯n (Tongeren), yønj (Diets-Heur), īnj (Dilsen, ... ), ōǝn (Waltwilder), ˙īnj (Elen), %%historische meervoudsvormen%%  jøn (Berg), (mv)  gęnǝ (Brunssum), laan: ljøn (Rijkhoven), luǝn (Koninksem, ... ), lu̯ǫn (Grote-Spouwen), %%historische meervoudsvorm%%  lyøn (Hoeselt), legger: lęgǝr (Schimmert), reen: (mv)  rīǝn (Aalst), rij: rēi̯ (Helden), (Peij), rīi̯ (Vucht), rij-hoop: ręi̯-høǝp (Veulen), schob: schob (Oost-Maarland), sloei: slūi̯ (Tungelroy), weg: wēx (Lanklaar), zwad: zwat (Middelaar, ... ), (mv)  zwāi̯ǝr (Holtum, ... ) De in dit lemma opgenomen woorden geven weer hetgeen men wel het "ouderwets graanzwad" (Goossens 1963, 100) noemt: zowel de lange rij neerliggende halmen die men met de zeis heeft gemaaid, alsook de rij pikkelingen die na het aftrekken met de zicht liggen te wachten tot ze gebonden worden tot garven. Volgens Goossens o.c. komt het gezwad-gebied overeen met het gebied waar het graan met de zeis wordt gemaaid. Strikt genomen gaat het hier om het resultaat van de maaihandeling: de hoeveelheid gemaaide halmen. De typen gang, jaan en baan echter geven ook aan de hoeveelheid die men gaat maaien (een baan, enz. maaien) alsook het "lege", afgemaaide stuk van het veld; zie voor dit laatste begrip het lemma ''maaipad'' (4.2.11). In kaart 25 zijn de oudere heteroniemen opgenomen. De geografische verspreiding van baan in Haspengouw is weergegeven in kaart 26; Goossens 1963, I.104 en II.52 noemt het daar een jonger synoniem van gang of jaan dat betekenisuitbreiding heeft gekregen vanuit "maaipad" tot "graanzwad"; zie ook hier kaart 28. Vergelijk ook de kaarten bij de lemma''s ''zwad, houw'' (3.1.4) en ''gezwad, regel gemaaid gras'' (3.1.5) in aflevering I.3. [Goossens 1963, 100] I-4